Nieuws Agenda Over ons Bibliotheek Over Harderwijk Over Hierden Wereldoorlogen Onze Partners
Home Contact

• VERHALEN OVER GEBEURTENISSEN


Indische Nederlanders in Harderwijk

De Kogge

Het ontstaan van Harderwijk

INDISCHE NEDERLANDERS IN HARDERWIJK

Het Koninkrijk der Nederlanden van voor de Tweede Wereldoorlog was heel wat groter dan nu. Naast koloniën in ‘West’ Indië, als Suriname en de eilanden Aruba, Bonaire, Curaçao en Saba, St. Eustachius en St. Maarten behoorde ook Nederlands-Indië tot het koninkrijk der Nederlanden, een enorm eilandenrijk in de Grote Oceaan. Nederlands-Indië bestond uit de gebieden Sumatra, Borneo en Java en tientallen kleinere eilanden met een bevolking die vele malen die van Nederland zelf telde. Daarnaast behoorde Nieuw-Guinea tot het koninkrijk, een eiland met ongeveer 20x de omvang van Nederland.


Door de Tweede Wereldoorlog veranderden de verhoudingen in de wereld en dat werd het einde van het kolonialisme. Voor de nazaten van Nederlanders in Nederlands-Indië betekende dat een onzekere periode. Toen na de bevrijding van de Japanse overheersers de Indonesische nationalisten de macht grepen was dat voor deze groep geen bevrijding, maar een nieuwe angstige en spannende periode. Nederland wilde Nederlands-Indië behouden en vocht van 1945 tot 1949 met de opstandelingen in een wrede oorlog. Onder druk van de Verenigde Staten en de Verenigde Naties moest het Nederlands-Indië prijsgeven aan de nieuwe machthebbers die het omvormden tot de Republiek Indonesië. Voor de meeste Indische Nederlanders betekende dit het einde van hun bestaan in de ‘gordel van smaragd’. Ze vertrokken met de boot naar Nederland.


Vanaf 1946 tot ongeveer 1964 arriveerden duizenden gezinnen uit Nederlands-Indië in Rotterdam en Amsterdam. De mensen uit Nederlands-Indië, al snel Indo’s genoemd, waren gedwongen om alles achter zich te laten en moesten in Nederland helemaal opnieuw beginnen. Het Nederland in 1950 was echter niet zo gastvrij.

De eerste vluchtelingen werden nog met open armen ontvangen, maar toen het er steeds meer werden bekoelde dit enthousiasme al snel.


Er was woningnood, dus moesten de repatrianten zich vaak lang behelpen op kamers en in pensions. De Nederlandse overheid gaf de mensen voorschotten maar ze moesten wel alles terug betalen.

De meeste Indische Nederlanders vonden snel werk. Ze hadden een mentaliteit om ‘aan te pakken’ spraken meestal goed Nederlands en wisten zich toch al snel te redden in het Hollandse maatschappelijke verkeer. Bovendien, dat was een gelukkige omstandigheid, kwam er een periode van sterke economische groei, waardoor de Indische Nederlanders snel aan het werk kwamen.

Er ontstond zelfs een positieve Indische cultuur in Nederland, Indisch eten werd erg ponds, de Tielman Brothers en Anneke Grönloh scoorden diverse hits. Ook de Pasar (de Indische markt) en de Toko (winkel) deden hun intrede.


In Harderwijk werden veel Indische mensen gehuisvest in de Wittehagen en in de Tinnegieter, een van de eerste naoorlogse nieuwbouwwijken in Harderwijk. Veel mannen werkten als militair in een van de kazernes, vrouwen en kinderen gingen aan het werk in een van de fabrieken of industrieën in Harderwijk. De eerste generatie Indische Nederlanders is inmiddels op hoge leeftijd en hun kinderen zijn uitgevlogen, soms in Harderwijk, vaak ook daarbuiten. Het is goed om erbij stil te staan dat dit feitelijk de eerste groep naoorlogse vluchtelingen was die naar Nederland kwam en te kijken naar het positieve effect van hun komst.

De samenleving is en een beetje meer kleurrijk en rijker van geworden. (Kijk op IndischeHarderwijkers.nl)

DE KOGGE

Harderwijk heeft een Hanzeverleden en het is aardig om eens te bekijken hoe deze handel in de vroege middeleeuwen zijn vorm heeft gekregen. Hanzesteden zijn meestal kustplaatsen en de onderlinge handel vond vaak plaats d.m.v. Koggen, een klein scheepstype dat qua uiterlijk doet denken aan de schepen van de Noormannen.


OGB DesignHet waren eenvoudige, van hout gebouwde schepen met één stevenroer en één groot zeil dat overdwars op het middenschip stond geplaatst.

Een ander kenmerk van de Kogge was de platte bodem waardoor op relatief ondiep water kon worden gevaren. De lengte van de Koggen was verschillend maar bedroeg over het algemeen tussen tien en dertig meter.

In de kogge was een flink laadruim waardoor het tonnage tot boven de 150 ton kon oplopen. Naast het vrachtruim en de mast was er plaats voor bemanning (kasteel) en roerganger, die de scheepjes op onwaarschijnlijk lange reizen langs de verre kusten voerden.


De Kogge was het scheepstype van de vroege middeleeuwen en in veel stadszegels komt de vorm van de kogge dan terug. In de voormalige Zuiderzee zijn na de inpoldering diverse scheepswrakken gevonden, o.a. in 1981 ten noorden van Nijkerk die restanten van koggen bleken te zijn. Vaak zijn deze resten bijna geheel vergaan maar scheepsarcheologen konden ze terug reconstrueren zodat een goed beeld ontstond over bouw en afmetingen. In Kampen, eveneens een voormalige Hanzestad, ging men zover dat in 1995 een Kogge is nagebouwd waarvan het proces op excellente wijze is vastgelegd door de tekenaar Frederik J. Weijs in zijn boek ‘Scheepvaart’. De bouw van een Kogge vroeg een arbeidsintensieve en duurzame procedure en was van het grootste belang voor de veiligheid van bemanning en lading die regelmatig aan de elementen blootstond. In de loop van de tijd werden de schepen groter en ontwikkelden zich ook andere scheepstypen uit de Kogge.


Ladingen van de blootgelegde Koggen zijn nauwelijks teruggevonden, uitzonderingen zijn ladingen met stenen en keien, maar scheepsladingen als haring, huiden, vachten en middeleeuws lakenwerk hebben de tand des tijd niet doorstaan.


De Kogge vormt nog steeds een beeldmerk van veel Hanzesteden en heeft aan de basis gelegen van veel internationale handel.

Waar wegen en paden in die tijd nog moeilijk begaanbaar en gevaarlijk waren was de Kogge een uitdaging voor handelaren en zeelieden. Vakmanschap en zeemanschap vormden de basis voor haar succes ook al is menige Kogge op haar reis gezonken en zullen daarbij kostbare ladingen en mensenlevens te betreuren zijn geweest. Ook Harderwijk voert de Kogge in haar beeldmerk en de Kogge zal ongetwijfeld de wateren rond Harderwijk hebben aangedaan om ladingen te lossen en te laden. De Kogge is voor de zee wat het paard en wagen voor de weg is; de voorloper van alle professionele vervoersmogelijkheden waarover we tegenwoordig zo vanzelfsprekend beschikken.

HET ONTSTAAN VAN HARDERWIJK

Er is veel geschreven over het ontstaan van Harderwijk of Herderewich zoals het vroeger genoemd werd, maar het meeste daarvan is ontsproten aan de fantasie van schrijvers. Dat is ook de enige mogelijkheid omdat er geen geschreven bronnen bewaard zijn.

Plotseling dook de naam ‘Herderewich’ in 1231 op in de geschiedenis als een vesting die stadsrechten kreeg van Graaf Otto de 2e van Gelre, vorst van Gelderland en Zuthpen. Zeker is dat Herderewich als nederzetting is ontstaan aan de noordkant van een beek, die vanuit de Veluwse heuvels naar de kust van het Flevomeer stroomde. Die beek gaf water en het Flevomeer bood visgronden en de mogelijkheden voor vervoer, en dus bleek Herderewich een levensvatbare vesting. De eerste resten van die nederzetting lagen in de buurt van Selhorst, de huidige Albert Heijn supermarkt en daar stond ook de Sint Nicolaaskerk. In die kerk werden goederen samengebracht die jaarlijks werden afgedragen aan de bisschop van Utrecht, naast de Graaf een machthebber van formaat.


De vesting Herderewich ontving de stadsrechten op een door de graaf ondertekende brief en kreeg daarmee het recht een weekmarkt en een jaarmarkt te organiseren. Dat verhoogde de levensvatbaarheid van de vesting, door de weekmarkt trokken boeren en herders, met hun producten naar de stad en ook de klanten kwamen daar. De jaarmarkt was een ander fenomeen; rondtrekkende handelaren, kunstenaars en wonderdokters trokken in de zomer naar de stad en bleven daar een aantal weken. Door de jaar- en weekmarkt won de jonge stad Herderewich aan populariteit en bleef reizigers aantrekken. Die moesten ergens slapen en eten en zo ontstonden de eerste herbergen en logementen. Herderewich werd een belangrijke stad in de streek. In de buurt van de Bruggestraat/Vijhestraat zijn de resten gevonden van stenen huizen en stenen bestrating, heel uniek want de meeste gebouwen waren in die tijd van hout.


De stadsrechten gaven overigens ook plichten

Zo werd de stad belastingplichtig aan de vorst en moest de jonge vesting beschermd worden door middel van een muur. Niet alleen aan de landzijde dreigde gevaar, maar ook aan de zeekant waar het onvoorspelbare water altijd een dreiging vormde.

In de muur kwamen diverse toegangspoorten, aan de landzijde de Smeepoort, de Luttekepoort en de Grote poort, aan de Zeezijde de Hoge Bruggepoort en de Lage Bruggepoort, tegenwoordig bekend als de Vischpoort. Deze poorten waren afsluitbaar en goed te bewaken. Zo konden de burgers van Herderewich rustig slapen.


Hoewel, in de vroege eeuwen dreigde overal gevaar. Ziekte en rampspoed konden zomaar toeslaan en dat gebeurde regelmatig; besmettelijke ziekte, de grillen van een vijandig leger, brand of misoogst, het hing altijd in de lucht en kon mensen zomaar overkomen. Toch werd Harderwijk een levensvatbare vesting, waar ambachtslieden, burgers en vissers woonden en werkten. Harderwijk groeide…