Artikel

De Hierdense beek en Zuiderzee

Hierdense Beek is één van de oudste tastbare sporen van het verleden. Het water stroomt van het Uddelermeer en Bleeke […]

Bekijk alle artikelen

Hierdense Beek is één van de oudste tastbare sporen van het verleden. Het water stroomt van het Uddelermeer en Bleeke Meer (Uddel) naar het Veluwemeer (Hierden) over een lengte van ongeveer 25 km. De beek stroomt in een kleine, goed zichtbare dalvlakte. De beek wordt lokaal anders genoemd, zo spreekt men in Leuvenum over de Leuvenumse Beek en in Staverden van de Staverdense Beek. De Hierdense Beek is een ecologische verbindingszone tussen het open gebied langs de randmeren en de Veluwe. De beek schakelt zo natuurgebieden aan één waardoor dieren een groter leefgebied krijgen.

Ontstaan

Ruim 100.000 jaar geleden werd een dik pak keileem gevormd onder een 100 meter dikke ijstong van gemalen grind, klei en keien. Gletsjers vanuit Scandinavië duwden het zand op tot stuwwallen, zoals het Veluws massief. Een gletsjertong in deze omgeving vormde het beekdal van de Hierdense Beek en stuwde onder meer de Stakenberg op. De ijstongen verdwenen maar de temperatuur bleef laag. De bodem had een permafrost onderlaag. De Noordzee was droog als een woestijn. De wind legde een zanddeken op het land, het zogenaamde dekzand. Toen het warmer werd raakte de Veluwe bebost. Eerst met grove den, toen berk en later ook met eik en beuk. De laag keileem was niet water doorlatend. Door regenval boven de laag ontstonden de beken. Deze beken werden laaglandbeken genoemd. Op de plek waar vroeger de Zandmolen stond, houdt de keileem op en verdwijnt het water ondergronds naar een dieper gelegen waterdoorlatende laag. In de buurt van het Veluwemeer, kwelt het water uit de diepere laag weer naar het oppervlak. Vroeger kwam er in de beek snoek en forel voor.

De Hierdense Beek was met een lengte van ongeveer 25 kilometer van grote betekenis voor watermolens, papierindustrie en natuur. De monding van de beek werd in Hierden ook wel de Boompjesbeek genoemd.

Dieren en planten

De beek is een broedplaats voor insectenlarven en heeft een zeer rijke variatie van bijzondere waterplanten. Er broeden ook diverse (zang)vogels langs de beek. Onder andere de IJsvogel wordt rond de Hierdense Beek gesignaleerd. Verder komen er vele soorten zoogdieren voor en enkele vissen. Vroeger kwam er ook zalm, beekforel, snoek, paling en beekprik voor. Door lozingen werd het water zuurstofarm en stierven veel vissen.

Deze dieren worden soms nog wel gesignaleerd. Het bos rondom de beek bestaat vooral uit eik en beuk, verder treft men er onder andere bosanemoon, witte klaverzuring, dalkruid en salomonszegel aan.

Zuiderzee

Waar later de Zuiderzee ligt, bevinden zich eerst zoetwatermeren zoals het Flevomeer en het Aelmere. Pas in de 12e eeuw ontstaat door zeespiegelstijging, rivierwater en doorbraken in de veen barrière een open verbinding met de Noordzee.