Toerisme en toeristen zijn niet meer weg te denken uit Harderwijk. Ieder jaar bezoeken zo’n drie miljoen mensen uit binnen- en buitenland onze stad. Voor veel toeristen is het Dolfinarium nog steeds dé trekpleister, maar ook de binnenstad met haar historische monumenten trekt mensen aan. Ook de watersportmogelijkheden van de Randmeren en de natuur van de Veluwe maken dat mensen naar Harderwijk en omgeving komen.

Geschiedenis

Al een kleine honderd jaar staat toerisme op de agenda van Harderwijk. In het begin van de twintigste eeuw kreeg de Harderwijker economie een harde klap door het vertrek van het Koloniaal Werfdepot. De komst van het garnizoen (1909) was een mooie compensatie, maar er was meer nodig om de economie van de stad sterker te maken.

Iemand die veel voor het toerisme in Harderwijk heeft betekend, was Eibert den Herder (1876-1950). Hij probeerde op allerlei manieren vakantiegangers naar Harderwijk te halen. In 1900 ontstond de Vereniging ter Bevordering van Vreemdelingenverkeer Harderwijk Vooruit, tegenwoordig beter bekend als de VVV. Den Herder was er jarenlang bestuurslid van.

Haven toegankelijker

In 1925 baggerde men een veertig meter brede en twee meter diepe vaargeul door Het Harde, een zandbank voor de havenmond. Daarmee werd de haven van Harderwijk veel toegankelijker voor schepen dan voor die tijd. Toen de vaargeul klaar was, richtten enkele leden van het Vaargeulcomité de NV Holland-Veluwe-Lijn (HVL) op. Eibert den Herder was uiteraard lid. Op 24 mei 1926 maakte de Stad Harderwijk, een omgebouwde stoomraderboot, de eerste overtocht van Amsterdam naar Harderwijk. Duizenden dagjesmensen kwamen zo naar Harderwijk. In het begin huurden de toeristen een fiets om de Veluwe te verkennen. Later was er meer te doen in de stad zelf. In 1935 werd een nieuwe jachthaven geopend, zodat toeristen ook met een eigen boot konden komen.

Dolfinarium

Eibert den Herder drong er al in de jaren twintig op aan meer voorzieningen voor toeristen te ontwikkelen om ze langer in de stad te houden. Pas in 1948 gaf de gemeenteraad toestemming voor de aanleg van een strand. Zoons van Den Herder begonnen een speeltuin en een camping. Om de campinggasten te vermaken haalden de broers Frits en Coen den Herder in 1954 enkele zeehonden naar Harderwijk. Op 8 juli 1965 ging in Harderwijk het eerste Europese dolfinarium open. In 1968 volgde de bekende blauwe Koepel. De aankoop van het Veluwestrand in 1993 en vier jaar later de opening van een echte natuurlijke binnenzee, de Lagune maakten het Dolfinarium tot een echte toeristenattractie. Met het Dolfinarium begon het massatoerisme in Harderwijk.

Momenteel staat het Dolfinarium onder druk; groepen mensen vinden het ethisch niet aanvaardbaar meer om dieren op te sluiten om mensen te vermaken.

Het stedelijk gebied van Harderwijk bestond tot en met de tweede wereldoorlog bijna uitsluitend uit het gebied dat “binnen de wallen en de stadsmuur” is gelegen; dus de huidige binnenstad. Op 1 januari 1946 telde de stad 10.813 inwoners. In 2026 heeft Harderwijk ruim 50.000 inwoners.

Zeebuurt

Na 1945 onderging Harderwijk grote stedenbouwkundige veranderingen. Onder leiding van burgemeester Numan werden vanaf 1947 als eerste woningen gebouwd bij de haven. Dit was het begin van de wijk Zeebuurt. Deze woonwijk vormt samen met de woonwijk Friesegracht de eerste bebouwingsring rondom de historische binnenstad. Langs de in- en uitvalswegen van de oude stad zijn in de eerste helft van de twintigste eeuw woningen gebouwd langs de Hierdenseweg, Hogeweg, Kampweg en Landweg. Het oudste deel van Zeebuurt wordt gevormd door de bebouwing aan weerszijden van de laan 1940-1945.

Tweelingstad

In 1951 verrezen de eerste huizen aan de andere kant van de spoorlijn. Deze nieuwe wijk op twee kilometer afstand van de binnenstad, moest ruimte bieden aan achtduizend mensen. De wijk is gebouwd als ‘tweeling’ van de binnenstad van Harderwijk. Toen de wijk gebouwd werd, lagen er nog uitgestrekte weilanden tussen de binnenstad en Tweelingstad. Tweelingstad bestaat uit de buurten Wittenhagen, Veldkamp en Tinnegieter. Veel repatriërende Indische Nederlanders kregen een huis in de wijk Tinnegieter.

Verdere groei

Na Tweelingstad volgden in 1961 de wijk Stadsdennen, in 1966 de wijk Slingerbos, in 1971 de wijk Stadsweiden en in 1982 de wijk Friesegracht. Toen de wijk Stadsweiden nog in aanbouw was, ontwikkelde het gemeentebestuur al plannen om aan de oostzijde van Harderwijk woningbouw mogelijk te maken. Door massaal verzet van de Hierdense bevolking duurde het tot 1984 voordat het bestemmingsplan van de wijk Frankrijk goedgekeurd werd. Een alternatief voor het bebouwen van dit gebied was bouwen in de polder. Vandaar dat er borden verschenen met de leus ‘Frankrijk houen, in polder bouwen’.

Drielanden

Het bestemmingsplan Drielanden kreeg in 1990 groen licht van de gemeenteraad. De eerste woningen werden in 1995 opgeleverd. De wijk ligt op de overgang van verschillende landschapstypen zoals de uitlopers van de Veluwe met bosgebieden, houtwallen op zandgronden en het Wolderwijd. De wijk is min of meer omringd door de drie ‘landen’ (wijken) Muziekland, Harderhout en Harderweide, en zo is de naam Drielanden ontstaan.

Waterfront

De toenemende bevolkingsomvang en het toerisme zorgden voor verkeersopstoppingen en parkeerproblemen. Om al deze problemen aan te pakken en op te lossen, bedacht de gemeente een groot, ingrijpend plan. Dat plan kreeg de naam Waterfront. Het Masterplan Waterfront werd in september 2003 door de gemeenteraad vastgesteld. De uitvoering zou vele jaren in beslag nemen en nadert anno 2026 zijn voltooiing. Het bedrijventerrein Haven verhuisde naar het industrieterrein Lorentzhaven. Het vrijgekomen gebied werd gesaneerd. De Boulevard werd verlengd en opgeknapt. Jachthaven De Knar werd verplaatst. Er werden een kleine tweeduizend woningen gebouwd op het Zuider- en Noordereiland, de Waterstadboulevard en in de Bakens.

Lorentz

Al in 1956 is men begonnen met de aanleg van bedrijventerrein Lorentz, met als doel om de bedrijvigheid en industrie buiten de stad te brengen om plaats te maken voor wonen en recreëren in de stad. Het eerste bedrijf op bedrijventerrein Lorentz was koekfabriek Van Delft die de productie op 30 januari 1959 startte. Met de aanleg van het Waterfront is Lorentz ook uitgebreid op het water; er worden eilanden gemaakt en hierop komen Lorentzhaven-West en Lorentzhaven-Oost.

Harderwijk merkte de eerste tijd niet veel van de oorlog die in 1940 uitbrak. Het opvallendste was de evacuatie van Nijkerk op 11 en 12 mei. Ongeveer achtduizend Nijkerkers kwamen voor een dag of vier naar Harderwijk, zodat de bevolking toen verdubbelde. Op 14 mei arriveerde een Duitse auto met vier inzittenden bij het stadhuis. De burgemeester kreeg te horen dat Harderwijk bezet was. Aanvankelijk veranderde er weinig. De scholen begonnen weer en mensen gingen naar het werk. Maar later veranderde de sfeer in Nederland. In augustus 1941 vergaderde de gemeenteraad voor het laatst. Al snel moest iedereen een persoonsbewijs bij zich dragen, en goederen gingen op de bon. Later werden auto’s, vrachtwagens, fietsen en radio’s gevorderd. De klokken uit de stadhuistoren en van de Sint Catharinakerk werden meegenomen en omgesmolten tot wapentuig.

Stellung Hase

In de stadsweiden bouwde de Duitse bezetter een tweetal radiotorens, onderdeel van Stellung Hase, het luchtverdedigingssysteem dat bestond uit bunkers, afweergeschut en munitieopslag. Vijandige vliegtuigen konden met dit systeem opgespoord worden. Restanten van dit radarstation zijn gevonden in het natuurpark en het Crescent Park. 117 vliegeniers zijn in en rondom Harderwijk om het leven gekomen. Ze worden in ere gehouden door een monument in het Wolderwijd.

Verzet

Ook in Harderwijk waren er mensen die zich verzetten tegen de Duitse overheersing. Ze pleegden een aanslag op de spoorlijn Amersfoort-Zwolle of saboteerde Duitse activiteiten. Een bekende verzetsstrijder is Wouter van Dam. Hij werkte op het stadhuis en zorgde ervoor dat talloze mensen een vals persoonsbewijs kregen. Op 2 maart 1945 werd hij gefusilleerd.

Joodse inwoners

De meeste van de negenendertig Joodse Harderwijkers werden tijdens de oorlog opgepakt en naar concentratiekampen gebracht. Eenentwintig van hen werden omgebracht, onder hen Jetje Härtz, een meisje van drie jaar. Zij worden herdacht middels een plaquette bevestigd aan de voormalige Joodse synagoge, en een gedenksteen op de begraafplaats Oostergaarde.

Bevrijding

Harderwijk werd op 18 april 1945 bevrijd door de Canadezen. Zij reden met tanks via Ermelo de stad binnen Door het optreden van Marinus Baars, districtscommandant van de Binnenlandse Strijdkrachten, werd Harderwijk zonder veel bloedvergieten bevrijd.

Meer informatie is te vinden in de speciale uitgaven die Herderwich heeft uitgebracht.

Het vertrek van de koloniale militairen in het voorjaar van 1909 was een zware klap voor de Harderwijker economie. Onder leiding van burgemeester Kempers heeft het gemeentebestuur zich ingespannen om toch weer militairen naar de stad te krijgen. Eerst werd het Werfdepot ingezet als huisvesting voor het derde bataljon van het 9e Regiment Infanterie. In 1922 kwam de staf van het 7e Regiment uit Amsterdam over.

Jan van Nassaukazerne

De Oranje -Nassau kazerne was al gauw te klein en in 1916 verhuisden de militairen naar de Oranjelaan. In het begin werd deze kazerne de ‘Nieuwe Kazerne’ genoemd. In 1934 werd de naam ‘Jan van Nassaukazerne’; na de Tweede Wereldoorlog werd het een opleidingscentrum voor alle infanterie-eenheden.

Willem George Frederik kazerne (WGF – kazerne)

Kort vóór de Tweede Wereldoorlog, in 1938, besloot de gemeenteraad in Harderwijk om grond aan de Leuvenumse weg te kopen om daar een artilleriekazerne te laten bouwen. Deze kazerne werd door de Duitsers afgebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog werd er de Kaderschool voor de infanterie gevestigd en kregen dienstplichtige onderofficieren, die uitgezonden zouden worden naar Nederlands-Indië, hier of in Weert hun opleiding. Na de beëindiging van de oorlog in Indonesië, werd de ‘WGF’-kazerne de thuisbasis voor de 4e Divisiestaf van het Eerste Legerkorps. Met het vallen van de Berlijnse muur in 1988 kwam er een einde aan de Koude Oorlog. Een direct gevolg was dat er in de volgende jaren sterk bezuinigd werd op defensie. In 1994 werd de WGF kazerne gesloten.

Kranenburg

Vanaf 1915 kwam er nog een militair complex in Harderwijk bij, namelijk Kamp Kranenburg, bedoeld voor de veldartillerie. Later werd ze omgevormd tot Kranenburg Noord en Kranenburg Zuid. Noord bleef tot in 2006 in gebruik voor militaire activiteiten, Zuid werd afgebroken. De officiersmess is in 2020 eigendom geworden van de gemeente en wordt gebruikt voor culturele activiteiten.

Einde als garnizoensstad

Het einde van de Koude Oorlog betekende een forse inkrimping van de Nederlandse krijgsmacht. In enkele jaren verloor Harderwijk het militair uiterlijk. Op 2 november 1994 werd de 4e Divisie opgeheven. Met het planten van een lindeboom, het plaatsen van een gedenksteen en het opstellen van een oud scheepskanon aan de Vitringasingel kwam definitief een einde aan Harderwijk als garnizoensstad.

Tot de bouw van de Afsluitdijk in 1932 leefde een flink aantal gezinnen van wat de Zuiderzee te bieden had. Al in 1443 kreeg Harderwijk het stapelrecht op alle gevangen vis tussen Muiden en Kampen. Dat betekende dat al die vis hier moest worden verkocht. Dat gebeurde niet bij de Vischpoort maar bij de Hoge Bruggepoort, aan het begin van de Vijhestraat. Naar schatting zorgde de visserij in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw voor zo’n tien tot twintig procent van de werkgelegenheid in Harderwijk.

Haven

Het grote probleem voor Harderwijk was dat de stad geen haven had. De schepen meerden nog steeds af aan de steigers bij de twee zeepoorten. Al in 1549 werd een plan ingediend voor het aanleggen van een haven. Er volgden daarna nog diverse andere plannen. Maar ook deze plannen werden niet doorgezet. Pas in 1650 werd het werk voor de aanleg van een haven aanbesteed. Het ontwerp was van Leeghwater. In 1655 was de haven gereed en functioneel. Deze
kleine haven lag aan twee pieren tussen beide zeepoorten. Na een hevige noordwesterstorm werd 50 de haven in 1669 alweer vernield, maar al snel kon de haven worden hersteld. In 1715 werd aan de oostzijde van de stad in de bocht van de zeebeer een opening van 24 voet gemaakt, waardoor tussen de zeebeer en de wal een kleine schuilhaven ontstond, de Nieuwe Haven. In 1739 volgde een uitbreiding. Tot een volwassen haven is het in deze tijd echter nooit gekomen.

Garnalenpellerij

In Harderwijk waren rond 1900 zeker vier garnalenpellerijen die soms wel 300 vrouwen aan het werk hadden. Voor hen was dat een mooie bijverdienste. De manden met ongepelde garnalen werden aan huis gebracht waar het pellen kon plaatsvinden. De gepelde garnalen werden weer opgehaald en de schillen gingen bij het afval. Garnalenpellen gebeurde thuis en naast de vrouwen konden ook kinderen goed meedoen. Het was een mooie bijverdienste voor het hele gezin. De garnalen werden naar Amsterdam vervoerd en daar als lekkernij verkocht. Ook werden ze naar Engeland geëxporteerd. De vishandel van de gebroeders Eibert en Beert den Herder verdiende er goed aan. Tot aan 1914, toen kwam door de 1ste Wereldoorlog de klad in de handel met Engeland. Nederland was neutraal maar het bevaren van de Noordzee werd een gevaarlijke aangelegenheid.

Nevenactiviteiten

De visserij gaf ook werkgelegenheid aan wal: er waren scheepstimmerlieden nodig, zeilmakers, nettenbreiers en nettenboeters, taanders. Een keer per jaar moest het schip naar de werf om goed nagekeken te worden. Vlak bij molen De Hoop is nog steeds een scheepshelling te zien waar schepen op het droge werden getrokken. Soms werd de smid erbij geroepen om het ijzerwerk aan boord te repareren.

Aan het eind van de zestiende eeuw woonde er in Harderwijk een klein groepje joden. Nog in 1657 werd echter een jood de stad Harderwijk uitgezet met als argument ‘joden mogen alhier niet wonen’, dat stond kennelijk in een voorschrift van de stad. Tien jaar later was het klimaat verbeterd en kreeg een joodse slager een woonvergunning van het stadsbestuur. Vanaf 1690 mochten joden zich voortaan officieel in Harderwijk vestigen. Vermoedelijk heeft de aanwezigheid van de Gelderse Academie (de universiteit, 1648-1812) hierin een rol gespeeld. Die kon geen joodse studenten afwijzen.

In 1762 vaardigde het Harderwijker stadsbestuur een reglement uit waarin stond dat joden burgerrechten konden krijgen. Abraham Gabriëls, een geldhandelaar uit Amsterdam, was een van de eerste Harderwijker joden die van deze mogelijkheid gebruikmaakte. Hij speelde in die tijd een hoofdrol in een groots opgezette loterij om geld bij elkaar te krijgen voor de bouw van een nieuwe haven. Pas in 1796, in de Bataafs-Franse tijd, werden alle beperkingen tegen joden opgeheven. Niet alleen in Harderwijk, maar in het hele land.

In 1759 huurden ze een speciaal daartoe ingerichte kamer om godsdienstoefeningen te houden. Een eerste synagoge werd in 1773 in gebruik genomen. Een
echte synagoge werd in 1817 in een pand aan de Jodenkerksteeg ingericht, op de hoek van de Kleine Marktstraat. Maar dit gebouw stond al snel op instorten. In 1840 werd het herbouwd en het gebouw heeft tot aan de Tweede Wereldoorlog als synagoge dienst gedaan. Tijdens de oorlog werd het interieur gesloopt. Momenteel is op de eerste verdieping een expositie ingericht met diverse objecten uit de Joodse traditie. Omstreeks 1852 werd de joodse begraafplaats aan de Veldkamp in gebruik genomen. In 1855 stichtte de joodse gemeenschap ook een eigen school.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn heel veel joden omgekomen. Eenentwintig van de negenendertig Harderwijker joden overleefden de oorlog niet. Hun namen staan op een plaquette aan de synagoge. Het lijkt wel of de plaquette beschadigd is, of er een stuk van de steen is verdwenen. Het ontbrekende stuk herinnert echter aan dát deel van de joodse bevolking van Harderwijk dat uit ‘ons midden is weggerukt’, zoals er vermeld staat.

Na de Bataafs-Franse tijd kwamen de gebouwen in de Smeepoortstraat in 1815 in gebruik bij het Depot-Bataillon van de Troupes in de Koloniën no. 33, ofwel een koloniaal depot. Een militair depot is een plek waar troepen worden verzameld, gekleed en geoefend. In 1844 veranderde de naam in Koloniaal Werfdepot.

Opleiding

In het depot in Harderwijk werden de soldaten in een week of zes voorbereid op hun dienst in toenmalige Nederlands-Indië, nu Indonesië. In de 94 jaar dat het depot bestond, zijn vele tienduizenden militairen in Harderwijk hun dienst in de koloniën begonnen. De ‘kolonialen’ kwamen niet alleen uit Nederland, maar ook uit andere Europese landen, vooral uit Duitsland. Er zijn hier zelfs Ghanese troepen geweest. Ook militairen uit Amerika. Zij werden geronseld en kregen een handgeld (een soort premie) als ze een contract ondertekenden.

Gootgat van Europa

Dat handgeld, soms oplopend tot 250 à 300 gulden, werd meestal tijdens de opleiding in Harderwijk opgemaakt. Harderwijk genoot in die tijd de twijfelachtige eer ‘het gootgat van Europa’ te worden genoemd, vanwege de vele kroegen en bordelen in de stad. Aan de ene kant waren de Harderwijkers blij met deze forse bron van inkomen. Aan de andere kant was er veel kritiek op het uitbundige uitgaansleven in de stad, inclusief talrijke vechtpartijen.

Onder de kolonialen waren mensen die nog steeds beroemd zijn zoals Hendrik Colijn (1869-1944), diverse keren minister-president, die ook zijn koloniale opleiding in Harderwijk kreeg.

Na elke opleidingsperiode vertrokken op zaterdagmorgen onder begeleiding van militaire muziek en gejoel van de Harderwijker jeugd de militairen naar het station (vanaf 1863) om met de trein naar Rotterdam te gaan en vandaar met de boot naar onze koloniën.

Depot verplaatst naar Nijmegen

In 1907 besloot de regering het Harderwijker Werfdepot naar Nijmegen over te plaatsen. Het laatste detachement koloniale militairen verliet op 1 mei 1909 de stad. Op 2 november van hetzelfde jaar trokken infanteristen in dezelfde kazerne. Daarmee werd Harderwijk een garnizoensstad.

In 1922 veranderde de naam in Oranje-Nassaukazerne. Na de Tweede Wereldoorlog werd de kazerne bekend als spionnenschool, de populaire naam voor de School Militaire Inlichtingendienst (SMID). Talrijke dienstplichtigen leerden hier Russisch. In 1988 verlieten de laatste militairen de kazerne.

Nu is het gebouw een appartementencomplex waarbij het smeedijzeren hek nog aan de koloniale tijd herinnert.

 

In 1795 ging de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden ten onder. Die republiek bezweek onder het geweld van Franse troepen. Op 27 januari 1795 arriveerde de Franse generaal Jardon in Harderwijk, gevolgd door een complete divisie. Dit kostte de burgers veel geld: ze moesten de soldaten onderdak geven en eten en drinken. Het stadsbestuur verloor in deze tijd veel macht. De rechtspraak werd losgemaakt van het stadsbestuur en de burgemeester benoemd door de landelijke regering werden en niet meer door Harderwijker families. Er kwam een commissaris van politie, een notaris en een vredesrechter, een soort moderne buurtrechter. De achterstelling van rooms-katholieken en joden was eindelijk voorbij. De magistraat, het stadsbestuur, werd vervangen door een municipale raad. In 1798 kreeg ons land voor het eerst een grondwet. Er kwam een eind aan de grote zelfstandigheid van de zeven gewesten. Nederland werd veel meer een eenheid dan in de tijd van de Republiek.

De Bataafs-Franse tijd van 1795-1813 was een heel andere periode dan de Franse bezetting van 1672-1673. De oude Republiek veranderde in de Bataafse Republiek, maar bleef behoorlijk zelfstandig. Toen Napoleon in 1804 keizer geworden was, begon hij echter de Franse touwtjes strakker aan te halen. Zijn broer Lodewijk Napoleon werd in 1806 koning van Nederland, dat toen Koninkrijk Holland ging heten. Harderwijk kreeg deze koning op 28 juni 1808 op bezoek. Hij logeerde op de Vischmarkt in een pand. Lodewijk Napoleon kwam niet met lege handen. Hij schonk driehonderd dukaten aan de armen en duizend gulden aan de spinschool, die met name bedoeld was om arme meisjes een vak te leren. Verder drong hij erop aan om het plan de haven te herstellen en te verbeteren, met spoed uit te voeren. Op 8 juli 1810 werd het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk ingelijfd.

Het einde van de Franse bezetting verliep in Harderwijk betrekkelijk rustig. De Franse troepen trokken zich terug zonder veel problemen te maken. Op 22 november 1813 verschenen zeventien (Russische) Kozakken in Harderwijk. De burgemeester werd gedwongen oranje te dragen. Nieuwe eenheden Kozakken eisten levensmiddelen, paarden en wollen stoffen. Bevrijd worden bleek uiteindelijk toch nog een kostbare zaak te worden.

Op 5 december 1813 kwam officieel een eind aan de Bataafs-Franse tijd. Prins Willem werd de nieuwe soeverein (koning) van het Koninkrijk der Nederlanden. Hij was een zoon van de vroegere stadhouder Willem V.

De Hanze werd in de loop van de 16e eeuw minder belangrijk; ze werkten niet meer goed samen en bovendien groeide de concurrentie van de Hollandse steden. Harderwijk raakte van een redelijke welvarend stad steeds meer op de achtergrond. De stad had te maken met brand, oorlogen en stormen. Bij de brand van 1503 brandde driekwart van de gebouwen in de stad af of leden schade en vele mensen kwamen om in de vlammenzee. In dezelfde eeuw werd in en rondom Harderwijk een aantal keren gevochten, waarbij de stad geplunderd werd. Ook woedden er in de jaren 1570 en 1580 diverse stormen op de Zuiderzee, die de muren aan de zeezijde flink beschadigden. He stadsbestuur probeerde de stad te herstellen door verhoging van belasting en hulp van buiten. Het herstel kwam met de komst van De Munt en een eeuw later met de vestiging van een eigen universiteit.

In deze periode wordt het hertogdom Gelre onderdeel van het Habsburgse Rijk, waar tegen zij in opstand komt in de 80-jarige oorlog. Hierna is Gelre en dus ook Harderwijk onderdeel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

In de late middeleeuwen waren er meerdere kloosters in Harderwijk.

Rond 1350 werd er een kapel gebouwd voor de inwoners van de stad: de Mariakapel. Deze kapel is in fasen uitgebouwd tot Onze Lieve Vrouwekerk, later de Grote Kerk genoemd.

In de periode 1578-1580 moesten alle kloosters hun bezittingen aan de stad overdragen, als gevolg van de Reformatie. Harderwijk koos voor het protestantse geloof waardoor de Rooms-Katholieke Kerk veel invloed verloor.