Zoek binnen de website
In 1928 laat de bekende kunstenaar Vilmos Huszár, mede bekend van De Stijl, aan de Biesteweg in Hierden een atelierwoning bouwen. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog gaat hij daar permanent wonen. Huszár, die oorspronkelijk Herz heet, weet als Jood uit handen van de bezetter te blijven en sluit zich aan bij het verzet. Zijn atelier dient voor het drukken van pamfletten, het geven van schietinstructies en het verbergen van machinegeweren, die hij ook onderhoudt. Na de oorlog bedankt prins Bernhard hem persoonlijk voor zijn inzet. Huszár is bovendien een veelzijdig kunstenaar: hij ontwerpt ook de ambtsketen van de burgemeester van Harderwijk. Zijn laatste jaren verlopen minder gelukkig. In 1960 overlijdt hij in Hierden, op 76-jarige leeftijd.
De 20e eeuw brengt Hierden oorlog, overstromingen, ziekte, crisis en grote ruimtelijke veranderingen. Tegelijk blijft het dorp veerkrachtig en hecht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 is er in Hierden tijdens de mobilisatie een militaire wachtpost, deze is gevestigd bij de bakkerij van Dirk Lokhorst aan de Zuiderzeestraatweg. In 1916 wordt Hierden opnieuw getroffen door een stormvloed. Tot aan de Zuiderzeestraatweg staat het blank. In 1918 en 1919 wordt Hierden zwaar getroffen door de Spaanse griep. Ongeveer veertig inwoners overlijden, onder wie veel kinderen.
In 1923 laten jhr. Sandberg, notaris Neeb en enkele landeigenaren een aantal Hierdense boeren de stuwwal langs de Zuiderzee afgraven voor landwinning. Restanten daarvan staan nog altijd bekend als het Boerenstrandje. Tijdens de crisisjaren 1929-1939 krijgt ook Hierden te maken met de economische malaise en grote armoede. Om inwoners toch werk en inkomen te bieden, laat de gemeente Harderwijk in 1928 in de Rumels 2,5 hectare grond ontginnen.
Afsluitdijk
Met de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 wordt de Zuiderzee afgesloten van de Noordzee. Het water verliest zijn zoute karakter en de inpoldering begint. Daardoor dreigen de Harderwijker vissers hun bestaan te verliezen. In die tijd klinkt dan ook vaak: ‘Ze hebben ons de zee ontnomen.’ Aan de rand van het Beekhuizerzand in Hierden wordt een strook grond aangewezen waar vissers eendenhouderijen kunnen beginnen om in hun levensonderhoud te voorzien. Dit gebied wordt later bekend als het eendengebied.
Tweede Wereldoorlog
De Tweede Wereldoorlog heeft grote invloed op de Hierdense samenleving. Er is geen hongersnood en veel mensen uit het westen van het land komen er heen voor eten. Eén inwoner, de dokter, wordt gefusilleerd. Aan de oever van de voormalige Zuiderzee, bij de monding van de Hierdense beek, ligt het Duitse schietkamp ‘Stellung Hase’. De Duitse militairen verblijven in drie grote barakken aan het eind van de Oostermheenweg.
Na de Tweede Wereldoorlog begint de wederopbouw: een periode van welvaart en economische groei. Voor Hierden heeft die ontwikkeling niet alleen voordelen. In 1959 verrijst in de Hierdense weilanden de grote koekfabriek van Van Delft. Daarmee begint de ontwikkeling van het industrieterrein Lorentz, dat voor een belangrijk deel op voormalige Hierdense landbouwgrond komt te liggen.
Woonwagenkamp
In 1970 wordt aan de Kleine Mheenweg in Hierden een terrein aangewezen voor een regionaal woonwagenkamp met meer dan 120 woonwagens. In 1987 wordt het kamp opgeheven. In 2026 zijn er opnieuw plannen om een grond woonwagenkamp op te richten, nu aan de Glindweg.
Frankrijk houen Polder bouwen
In de jaren zeventig wil de gemeenteraad van Harderwijk in Hierden een nieuwe woonwijk met 5.000 woningen bouwen. Die wijk zou aanvankelijk lopen van Harderwijk tot aan de lijn Kleine Mheenweg-Grevenhofsweg. Na veel en soms felle protesten wordt het plan teruggebracht tot 1.500 woningen in ‘Klein Frankrijk’.
Stormvloed 1825: de vergeten ramp
Na de grote overstroming van 1776 krijgt Hierden in februari 1825 opnieuw te maken met een zware stormvloed. Door noordwesterstorm en springtij loopt het water rond de Zuiderzee gevaarlijk hoog op. Wegen spoelen weg en in sommige huizen staat het water één tot twee meter hoog. Toch blijft de schade in Hierden relatief beperkt vergeleken met andere plaatsen rond de Zuiderzee.
Aanleg Zuiderzeestraatweg
In 1827 besluit koning Willem I tot de aanleg van de Zuiderzeestraatweg tussen Amersfoort en Zwolle. Langs het traject komen veertien tollen, waaronder één bij de kruising Hierdenseweg-Kampweg. In 1899 verdwijnt de tolheffing. De nieuwe weg verandert ook de omgeving van de Essenburgh: de oude oprijlaan wordt erdoor ingekort en het landschap krijgt een nieuwe indeling.
Aanleg spoorlijn
In 1863 en 1864 wordt de spoorlijn tussen Amersfoort en Zwolle aangelegd. Omdat de lijn over grond van Sandberg loopt, weet hij een station en een vaste stop af te dwingen. Vanuit Essenburgh en Huize Hulshorst lopen zelfs speciale toegangswegen naar het station. Daarmee wordt Hierden beter verbonden met de regio.
Volkstelling
In 1809 telt Hierden 701 inwoners en 87 woningen. Elke woning heeft een nummer; hoeve Beekhuizen draagt nummer 87.
Landverhuizers
Tussen 1862 en 1868 vertrekken ongeveer 250 Hierdenaren naar Holland, Michigan in Noord-Amerika — Hierden heeft dan zo’n 900 inwoners. Armoede speelt mee, maar ook religieuze spanningen. De Witte Steen herinnert nog altijd aan de plek waar afscheid werd genomen.
Villa Klein Essenburg
Villa Klein Essenburg wordt rond 1870 gebouwd voor de oudste zoon van Jhr. Heribert Sandberg van Essenburg. Het landhuis blijft tot in de jaren twintig verbonden aan de familie Sandberg, voordat het na het faillissement wordt verkocht.
De Ballonvaarders
Op 16 januari 1871 maakt de bemande luchtballon Le Steenackers een noodlanding aan de oever van de Zuiderzee bij Hierden. De ballon is opgestegen vanuit Parijs tijdens het Beleg van Parijs om post over de vijandelijke linies te vervoeren. Een Hierdenaar R. Hop helpt de ballonvaarders verder, zodat zij hun missie kuunen vervolgen. Daarmee krijgt het dorp onverwacht een klein maar bijzonder raakvlak met Europese geschiedenis.
In Hierden hebben meerdere molens gestaan. De oudste bekende windmolen dateert uit het begin van de 15e eeuw en stond aan de Brède, bij de huidige hoek Paasloweg-Bredeweg. Later komen daar andere windmolens en watermolens bij, onder meer langs de Hierdense Beek. Vooral voor de papierindustrie zijn deze molens van groot belang. Bekend is de molen van Kisjes. In het boekje ‘De molen van Kisjes in Hierden’ wordt een beeld geschetst van deze Hierdense molen door de eeuwen heen en van de opeenvolgende generaties molenaars die er wonen en werken. Van de molenaars Jans, Jacobsen, Willemsen, Elbertsen, Jacobs, Van den Broek, Van Zomeren en Van ’t Slot naar Kisjes. Van begin zeventiende eeuw naar midden twintigste eeuw.
Boerderij De Otter en de waterval bij de Hessenweg herinneren nog aan vroegere papiermolens, zoals de Ottermolens en de Hessenmolen. Ook verder stroomopwaarts liggen meerdere molens aan de beek.
Karreweg met de molen van ’t Slot
In 1658 krijgt Hierden, toen een dorp met ongeveer 370 inwoners, een schoolkerkje aan de Wouterscamp, nu Lageweg 3-5, en wordt betaald door de Harderwijkse burgemeester Van Ingen. De eerste catechist, Anthoni Caroli, wordt deels in rogge betaald. De school dient doordeweeks voor onderwijs en op zondag voor kerkdiensten. In 1741 krijgt Hierden een eigen dominee en werd het gebouw verbouwd tot kerk met een apart schoollokaal.
De school in Hierden
In 1734 krijgt de school een eigen schoolmeester. Later volgen nieuwbouw, de overgang naar openbaar onderwijs in de Franse tijd en in 1922 de terugkeer als christelijke school. De school uit 1891 is voor veel Hierdenaren nog een bekend gebouw, al is zij na bijna honderd jaren afgebroken.
In Hierden stond ooit een kapel, gewijd aan St. Severinus. In 1349 had deze kapel al een pastoor. In bronnen uit 1529 wordt zij nog genoemd, maar daarna verdwijnt zij uit beeld. Waarschijnlijk is de kapel tijdens de Beeldenstorm in september 1566 verwoest. De vermoedelijke locatie ligt tussen de huidige Tippe en de brandweergarage aan de Oostermheenweg.
In 1741 kreeg Hierden een eigen predikant en werd het schoollokaal omgebouwd tot kerk. Mogelijk bestond het dorp toen uit drie brinken, al weten we niet precies waar deze lagen.
In 1851 werd een nieuwe kerk gebouwd: eenvoudig van vorm, maar passend bij het dorp. In 1903 kreeg de kerk een orgel, geschonken door gulle gevers. In 1937 werd het gebouw uitgebreid tot een kruiskerk, waarmee het kerkelijk hart van Hierden zijn huidige vorm kreeg. Ook vandaag is de kerk een herkenbaar middelpunt in Hierden en een zichtbaar anker van het dorpse verleden.
Na de ijstijd warmt het gebied langzaam op en raakt de Veluwe bebost. Op de hogere en lagere plateaus ontstaan verspreid boerenhoeves. Als de grond uitgeput raakt, trekt men verder en wordt nieuwe land in gebruik genomen. De vroegste bewoners wonen op het Hierderveld en het Beekhuizerzand. In de regio zijn sporen gevonden van boeren die hier al rond 3500 voor Christus actief waren.
Vroege Middeleeuwen
Vanaf de 7e en 8e eeuw neemt de bewoning in dit gebied toe. Het landschap wordt ontgonnen, vaste boerenhoeves ontstaan en daarmee ook blijvende akkers. Er is een boomstamwaterput gevonden uit 1049, daardoor is er bekend dat er al in de 8e eeuw mensen in dit gebied wonen.
Tussen 1021 en 1581 lag dit gebied onder de Hertogen van Gelre. Later werd het onderdeel van de bezittingen van keizer Karel V.
Heyrde
De naam Heyrde komt voor in documenten uit de 13e en 14e eeuw. De naam betekent ‘op vaste grond’: een passende naam voor een plek waar bewoners droge woonplaatsen en schoon drinkwater zoeken. In documenten van onder meer Otto III en Reinald II wordt Heyrde als dorp genoemd. Ook blijkt daaruit dat de graaf van Gelre hier boerderijen verpacht.
Hierden ligt in een overgangsgebied waar Friezen, Franken en Saksen om invloed strijden. Rond 718 verslaan de Franken de Friezen definitief. Opmerkelijk genoeg blijft het Hierdense dialect Nedersaksisch van karakter. Met de Franken komt ook het christendom. Het Utrechtse kapittel van St. Marie wordt grootgrondbezitter in deze streek. Boeren dragen hun rogge en andere goederen af aan het centrale hof op de Selhorst in Harderwijk.
In de 15e eeuw verschijnen inwoners van Hierden in officiële aktes. We lezen hoe grondeigenaren toestemming geven voor het graven van sloten in de Oostermeden, richting de zee. Tegelijkertijd worden kampen en erven genoemd met namen die nog altijd herkenbaar klinken: Boemackers, Crommenmede, Hagenskamp en Grevenhoeve.
Het landschap wordt intensief gebruikt. Weilanden zoals de Ossenweide en de Crommenmede dienen als hooiland. Op de akkers in de Hierderenbroeck groeit haver, terwijl op de hogere gronden van de Hierderen rogge wordt verbouwd. Het dagelijks leven draait om landbouw en veeteelt.
In de 16e eeuw worden ook de ‘Duynen’ bewoond, met boerderijen, schuren en schaapskooien. De heidevelden zijn van levensbelang: hier grazen schapen en koeien, en men haalt er heide en struiken voor strooisel. Dat leidt regelmatig tot conflicten met buurdorp Leuvenum. De strijd om het gebruik van de velden blijft tot rond 1700 terugkeren.
Hierden
Hierden is niet alleen een verbastering van Heyrde, maar ook een verzamelnaam voor verspreid liggende boerderijgroepen. Er is lang geen echt dorp met een compacte kern. Plekken als Hoophuizen laten dat goed zien. De Kollert bij Hoophuizen draagt sporen van eeuwenoude bewoning. Op oude kaarten staat Hoophuizen al met vijf boerderijen aangegeven, waaronder een met de naam Kollert. Rond 1547 leeft daar ene Jan Buyster. Hoophuizen is dan in het bezit van rijke Harderwijkers en Hierdenaren beheren en bewerken de boerderijen en de landerijen.
Brinken
Hierden kende bovendien drie brinken: centrale open plekken waaromheen bewoning lag. Vermoedelijk lagen die bij de huidige Kruisweg-Grensweg, Grevenhofsweg en omgeving van Tippe.
Toerisme en toeristen zijn niet meer weg te denken uit Harderwijk. Ieder jaar bezoeken zo’n drie miljoen mensen uit binnen- en buitenland onze stad. Voor veel toeristen is het Dolfinarium nog steeds dé trekpleister, maar ook de binnenstad met haar historische monumenten trekt mensen aan. Ook de watersportmogelijkheden van de Randmeren en de natuur van de Veluwe maken dat mensen naar Harderwijk en omgeving komen.
Geschiedenis
Al een kleine honderd jaar staat toerisme op de agenda van Harderwijk. In het begin van de twintigste eeuw kreeg de Harderwijker economie een harde klap door het vertrek van het Koloniaal Werfdepot. De komst van het garnizoen (1909) was een mooie compensatie, maar er was meer nodig om de economie van de stad sterker te maken.
Iemand die veel voor het toerisme in Harderwijk heeft betekend, was Eibert den Herder (1876-1950). Hij probeerde op allerlei manieren vakantiegangers naar Harderwijk te halen. In 1900 ontstond de Vereniging ter Bevordering van Vreemdelingenverkeer Harderwijk Vooruit, tegenwoordig beter bekend als de VVV. Den Herder was er jarenlang bestuurslid van.
Haven toegankelijker
In 1925 baggerde men een veertig meter brede en twee meter diepe vaargeul door Het Harde, een zandbank voor de havenmond. Daarmee werd de haven van Harderwijk veel toegankelijker voor schepen dan voor die tijd. Toen de vaargeul klaar was, richtten enkele leden van het Vaargeulcomité de NV Holland-Veluwe-Lijn (HVL) op. Eibert den Herder was uiteraard lid. Op 24 mei 1926 maakte de Stad Harderwijk, een omgebouwde stoomraderboot, de eerste overtocht van Amsterdam naar Harderwijk. Duizenden dagjesmensen kwamen zo naar Harderwijk. In het begin huurden de toeristen een fiets om de Veluwe te verkennen. Later was er meer te doen in de stad zelf. In 1935 werd een nieuwe jachthaven geopend, zodat toeristen ook met een eigen boot konden komen.
Dolfinarium
Eibert den Herder drong er al in de jaren twintig op aan meer voorzieningen voor toeristen te ontwikkelen om ze langer in de stad te houden. Pas in 1948 gaf de gemeenteraad toestemming voor de aanleg van een strand. Zoons van Den Herder begonnen een speeltuin en een camping. Om de campinggasten te vermaken haalden de broers Frits en Coen den Herder in 1954 enkele zeehonden naar Harderwijk. Op 8 juli 1965 ging in Harderwijk het eerste Europese dolfinarium open. In 1968 volgde de bekende blauwe Koepel. De aankoop van het Veluwestrand in 1993 en vier jaar later de opening van een echte natuurlijke binnenzee, de Lagune maakten het Dolfinarium tot een echte toeristenattractie. Met het Dolfinarium begon het massatoerisme in Harderwijk.
Momenteel staat het Dolfinarium onder druk; groepen mensen vinden het ethisch niet aanvaardbaar meer om dieren op te sluiten om mensen te vermaken.
Het stedelijk gebied van Harderwijk bestond tot en met de tweede wereldoorlog bijna uitsluitend uit het gebied dat “binnen de wallen en de stadsmuur” is gelegen; dus de huidige binnenstad. Op 1 januari 1946 telde de stad 10.813 inwoners. In 2026 heeft Harderwijk ruim 50.000 inwoners.
Zeebuurt
Na 1945 onderging Harderwijk grote stedenbouwkundige veranderingen. Onder leiding van burgemeester Numan werden vanaf 1947 als eerste woningen gebouwd bij de haven. Dit was het begin van de wijk Zeebuurt. Deze woonwijk vormt samen met de woonwijk Friesegracht de eerste bebouwingsring rondom de historische binnenstad. Langs de in- en uitvalswegen van de oude stad zijn in de eerste helft van de twintigste eeuw woningen gebouwd langs de Hierdenseweg, Hogeweg, Kampweg en Landweg. Het oudste deel van Zeebuurt wordt gevormd door de bebouwing aan weerszijden van de laan 1940-1945.
Tweelingstad
In 1951 verrezen de eerste huizen aan de andere kant van de spoorlijn. Deze nieuwe wijk op twee kilometer afstand van de binnenstad, moest ruimte bieden aan achtduizend mensen. De wijk is gebouwd als ‘tweeling’ van de binnenstad van Harderwijk. Toen de wijk gebouwd werd, lagen er nog uitgestrekte weilanden tussen de binnenstad en Tweelingstad. Tweelingstad bestaat uit de buurten Wittenhagen, Veldkamp en Tinnegieter. Veel repatriërende Indische Nederlanders kregen een huis in de wijk Tinnegieter.
Verdere groei
Na Tweelingstad volgden in 1961 de wijk Stadsdennen, in 1966 de wijk Slingerbos, in 1971 de wijk Stadsweiden en in 1982 de wijk Friesegracht. Toen de wijk Stadsweiden nog in aanbouw was, ontwikkelde het gemeentebestuur al plannen om aan de oostzijde van Harderwijk woningbouw mogelijk te maken. Door massaal verzet van de Hierdense bevolking duurde het tot 1984 voordat het bestemmingsplan van de wijk Frankrijk goedgekeurd werd. Een alternatief voor het bebouwen van dit gebied was bouwen in de polder. Vandaar dat er borden verschenen met de leus ‘Frankrijk houen, in polder bouwen’.
Drielanden
Het bestemmingsplan Drielanden kreeg in 1990 groen licht van de gemeenteraad. De eerste woningen werden in 1995 opgeleverd. De wijk ligt op de overgang van verschillende landschapstypen zoals de uitlopers van de Veluwe met bosgebieden, houtwallen op zandgronden en het Wolderwijd. De wijk is min of meer omringd door de drie ‘landen’ (wijken) Muziekland, Harderhout en Harderweide, en zo is de naam Drielanden ontstaan.
Waterfront
De toenemende bevolkingsomvang en het toerisme zorgden voor verkeersopstoppingen en parkeerproblemen. Om al deze problemen aan te pakken en op te lossen, bedacht de gemeente een groot, ingrijpend plan. Dat plan kreeg de naam Waterfront. Het Masterplan Waterfront werd in september 2003 door de gemeenteraad vastgesteld. De uitvoering zou vele jaren in beslag nemen en nadert anno 2026 zijn voltooiing. Het bedrijventerrein Haven verhuisde naar het industrieterrein Lorentzhaven. Het vrijgekomen gebied werd gesaneerd. De Boulevard werd verlengd en opgeknapt. Jachthaven De Knar werd verplaatst. Er werden een kleine tweeduizend woningen gebouwd op het Zuider- en Noordereiland, de Waterstadboulevard en in de Bakens.
Lorentz
Al in 1956 is men begonnen met de aanleg van bedrijventerrein Lorentz, met als doel om de bedrijvigheid en industrie buiten de stad te brengen om plaats te maken voor wonen en recreëren in de stad. Het eerste bedrijf op bedrijventerrein Lorentz was koekfabriek Van Delft die de productie op 30 januari 1959 startte. Met de aanleg van het Waterfront is Lorentz ook uitgebreid op het water; er worden eilanden gemaakt en hierop komen Lorentzhaven-West en Lorentzhaven-Oost.
