Bij ‘bezetting’ denken we vaak aan 1940–1945, maar ook in 1672 kreeg Harderwijk ermee te maken. De Nederlanden verkeerden in dat jaar in oorlog met Engeland en Frankrijk en met de Bisdommen van Keulen en Munster. De Franse koning Lodewijk XIV (14) trok met een leger bij Lobith het land binnen en splitste zijn leger om een zo groot mogelijk gebied te bezetten.. Terwijl de verdediging zich richtte op Holland en Amsterdam, bleven steden als Harderwijk vrijwel onbeschermd achter.

Onderhandelingen

Om een langdurige strijd te voorkomen, probeerde het stadsbestuur te onderhandelen. Dat liep anders dan gehoopt. De Fransen namen de stad in en gedroegen zich als overwinnaars. Zo’n 1.500 soldaten werden bij burgers ingekwartierd, op kosten van de inwoners. Huizen raakten beschadigd en burgers kregen zware belastingen opgelegd. Boeren en burgers moesten helpen bij het versterken van de vestingwerken en het kaal maken van het gebied rond de stad. In 1673 nam de druk verder toe: poorten en muren werden gesloopt: de Luttekepoort, de Smeepoort en het oude Blokhuis werden opgeblazen.

Brand en vertrek

Toen de Fransen besloten zich terug te trekken, staken ze op 16 september 1673 de stad op tientallen plekken in brand. Door weinig wind bleef de schade beperkt tot ongeveer vijftig huizen. Toch had de bevolking nog maandenlang te lijden onder Franse en Munsterse troepen. De oorlog eindigde pas in 1678. Harderwijk was zwaar getroffen: huizen en vestingwerken lagen in puin en het herstel duurde jaren. Stap voor stap werd de stad herbouwd en versterkt. Zo wist Harderwijk zich uiteindelijk te herstellen van een van de donkerste perioden uit haar geschiedenis.

 

 

Ongeveer vijftig jaar vóór het begin van onze jaartelling drongen de Romeinen het zuiden van België binnen. In de jaren daarna trokken ze verder naar het noorden. De rivier de Rijn werd de noordgrens van het Romeinse Rijk. Deze grens (Limes genoemd) bleef bijna vier eeuwen bestaan. De Romeinen bezetten het gebied ten noorden van de Rijn niet maar stuurden er wel van tijd tot tijd expedities naartoe. Ook werd er handel gedreven. De Romeinen richtten onderweg zogenaamde marskampen in. Op de Ermelose heide verrees ergens in de tweede helft van de tweede eeuw zo’n marskamp. Het kamp is nu een beschermd monument. Dwars door het kamp loopt de weg van Harderwijk naar Nieuw Milligen.

Over de geschiedenis van Harderwijk en Hierden in de prehistorie, Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen is weinig bekend. Het landschap van de Veluwe is voor een groot deel gevormd in de voorlaatste ijstijd. Door het landijs ontstonden enorme stuwwallen. De vroege bewoners van de Veluwe worden naar de vorm van het aardewerk dat ze maakten aangeduid. Zo’n vijfduizend jaar geleden leefden er mensen van de trechterbekercultuur, honderden jaren later waren het leden van de klokbekercultuur. Bij de aanleg van de A28 in de jaren zestig van de 20e eeuw, vond men in de buurt van het Beekhuizerzand in uitgegraven grond, restanten van trechtervormig aardewerk.

Er is sprake van enige bewoning gezien de vele grafheuvels die hier zijn aangetroffen, ook op het grondgebied van Harderwijk. Er zijn er twee te vinden in het bos, dichtbij de gemeentegrens, bij de rotonde Flevoweg-Leuvenumseweg, richting Ermelo.

 

(artikel van Paul Hartman, Stentor 13 december 2025)

Van pracht en praal naar rotte kozijnen en smerige gevels: ‘Harderwijk laat erfgoed verpauperen’

Het ene monument rot weg, het andere staat al dik tien jaar leeg. Harderwijk laat zijn erfgoed verpauperen, waarschuwt historische vereniging Herderewich. Terwijl de 800e verjaardag van de stad snel nadert. „De gemeente moet nu écht ingrijpen.”

Van een afstand straalt de oude burgemeesterswoning aan de Vischmarkt nog altijd statuur en grandeur uit. Het 18e-eeuwse pand is misschien wel het meest iconische gebouw aan het historische plein. Maar van dichtbij is het verval onmiskenbaar. Raamkozijnen rotten weg, houtwerk is aangetast, verf bladdert af. In het pand zitten meerdere appartementen; de uitstraling is rommelig en versleten.

De eigenaar is primair verantwoordelijk voor onderhoud, maar bij monumenten heeft ook de gemeente een taak. Bij zichtbare verloedering kan zij ingrijpen en herstel afdwingen. Dat gebeurt alleen niet”, constateren Susan Wijngaard en Matty Moggré van Herderewich. „Roep de eigenaar op het matje, dwing restauratie af. Betaal desnoods mee, daar zijn fondsen voor.” (meer…)

Er bestaan veel oude ansichtkaarten, foto’s en filmpjes over het oude Harderwijk. Deze zijn bewerkt tot een aantal filmpjes: de eerste en de tweede film

Op 11 juni 1231 werd Harderwijk een echte stad. Graaf Otto II gaf de nederzetting Herderewich stadsrechten. Stadsrechten betekenden toen zelfstandigheid en vooral het recht op eigen rechtspraak. Ook kreeg het stadsbestuur het recht muren te bouwen. Wanneer dit langdurige en arbeidsintensieve werk gereed was, is niet precies bekend. Uit documenten blijkt dat er voor 1294 delen van de muren zijn neergezet. De eerste verdedigingsmuren waren vermoedelijk aarden wallen. In de volgende eeuwen werden de aarden wallen vervangen door een muur van 2 ½ tot 5 meter hoog met poorten en torens. Slechts zo’n twee kilometer is daarvan bewaard gebleven. In 1310 bouwde graaf Reinoud I een huis tegen de stadsmuur aan, het latere Oude Blokhuis.

Poorten

De stad was toegankelijk via stadspoorten,  er waren vier landpoorten (Luttekepoort, de Peelenpoort, de Grote Poort en de Smeepoort) en twee poorten aan zee gelegen (de Hoge Bruggepoort of Waterpoort en de Lage Bruggepoort of Vischpoort)

De Vischpoort is de enige nog overgebleven poort. De Hoge-Bruggepoort, de enige andere zeepoort, ooit gelegen ter hoogte van Monopole, is afgebroken. Bij de zeepoorten lag een lange pier in zee, waaraan platbodems en kleine schepen aanmeerden om vracht te lossen. De grotere zeilschepen gingen een eind uit de kust voor anker omdat het te ondiep was om bij de stad te komen. Met roeibootjes en platbodems werden de grotere schepen gelost en geladen.

Harderwijk heeft steeds gezocht naar mogelijkheden om een echte haven aan te leggen. In 1595 heeft het stadsbestuur een commissie benoemd om de havenplannen van burgemeester Hendrik van Essen uit te voeren. Om onduidelijke redenen lukte dat pas halverwege de zeventiende eeuw. Harderwijk kreeg toen flinke subsidies van diverse instanties om de haven aan te leggen. De vreugde was echter van korte duur. Op 22 oktober 1669 woedde er een zware Noordwester storm die weinig overliet van de haven. In 1899 is er tenslotte een Nieuwe Haven geopend.

 

Het ontstaan van de nederzetting Herderewich

De Veluwe, zoals wij die nu kennen, zag er in vroegere tijden heel anders uit. In het noordwesten, op het huidige grondgebied van Harderwijk stroomden twee beekjes, die aan de basis lagen van bewoning: later Harderwijk en Hierden. Aan de noordelijk kant van Harderwijk stroomt de Hierdense Beek. Deze ontspringt in het Uddelermeer en heet vervolgens Staverdense Beek, Leuvenumse Beek en tenslotte Hierdense Beek. Het tweede beekje, de Sypelbeek, ontsprint ten zuidoosten van Harderwijk, aan de rand van het buurtschap Tonsel. Ze stroomt richting het huidige centrum in twee stroomgebieden, langs de Oranjelaan en Stationslaan als Onderste Sypel, en als Bovenste Sypel via de groene long langs het Hoge Pad. Geleidelijk ontstond, aan een beek en dichterbij de Zuiderzee, een nederzetting van boeren, handelaren en ambachtslieden.

Selhorst

Veel is er niet bekend over de vroegste geschiedenis van Harderwijk. De naam Herderewich, Herderwike of Arderwike of hoe de naam ook werd gespeld in de oudste stukken, ontbreekt elk spoor in de schriftelijke bronnen uit de periode voor 1231. Een verklaring voor de naam Herderewich zou zijn dat herders met hun kudden vee een wijkplaats, een veilige plek, voor overstromingen zochten op hoger gelegen en hardere grond. Zij vonden die plek in de buurt van Selhorst, een vroonhoeve die behoorde aan het Kapittel van St-Marie in Utrecht. Een vroonhoeve is meer dan een boerderij; het is een kleine nederzetting. Het is bekend dat bij Selhorst een kerk hoorde, de Sint-Nicolaaskerk. Tot nu toe is niet bekend wat de precieze plek geweest is van deze oudste Harderwijker kerk. Een concrete aanwijzing is dat de Luttekepoort vroeger ook wel de Sint-Nicolaaspoort werd genoemd. Selhorst ontstond ongeveer in het jaar 1100 en lag waarschijnlijk gelegen ten zuidoosten van de huidige binnenstad. Het was de locatie waar de landbouwproducten werden verzameld en vervoerd over de Veluwe en het water naar andere gebieden.

Bij het kaartje: Plattegrond van Harderwijk uit 1568, getekend door Van Deventer. Rechthoek: vermoedelijk de locatie van de Sint Nicolaaskerk. Cirkel: vermoedelijke locatie van de Selhorst.

In 1231 schonk Otto II, graaf van Gelre en Zutphen, aan de nederzetting ‘Herderewich’ stads- en marktrechten. Dat betekende o.a. dat Herderewich muren om haar nederzetting mocht bouwen.

Hoogstraat

Waarschijnlijk is de oudste kern van de stad gelegen in de Hoogstraat. Boeren die bij Selhorst woonden, werden door overstromingen gedwongen op hoger gelegen gronden te gaan wonen, dat was in de omgeving van de Hoogstraat. Bij archeologisch onderzoek in 2014, werd op de kruising van de Hondegatstraat en de Hoogstraat op twee meter diepte een oud straatniveau aangetroffen. Dit bestond uit kleine stammetjes die dwars op de Hoogstraat waren gelegd. Deze houten weg lag toen bijna een meter hoger dan het oorspronkelijk maaiveld in het zuidwesten van de stad. Een ander archeologisch onderzoek in de Vijhestraat in 2007, toont aan dat deze omgeving vanaf de 10e eeuw bewoning kende, afgewisseld door akkerbouw en andere bedrijvigheid. Ook kwam er een 13e eeuwse gracht tevoorschijn, net als een waterput uit dezelfde tijd.

Academiestraat

In de Academiestraat werd in 2009 een spieker blootgelegd, een gebouwtje van 2,5 bij 4,5 meter. Dit werd gebruikt als opslagplaats voor granen, bestemd voor een brouwerij. Ook zijn er beerputten aangetroffen met veel glazen flessen en allerlei drinkgerei. Het vermoeden bestaat dat er in deze straat een herberg stond. De materialen die opgegraven zijn gaan terug tot het jaar 1350.

Stadsuitbreiding

Samengevat kunnen we zeggen dat het oudste deel van de stad zich bevond aan beide zijden langs de Hoogstraat, maar ook rondom de Vijhestraat. Rond 1315 kwam in zuidwestelijke richting een eerste stadsuitbreiding tot stand. Er werd een nieuwe parochiekerk gesticht, de huidige Grote Kerk. Het Minderbroedersklooster kwam binnen de wallen te liggen. Rond 1425 bij een tweede uitbreiding in noordelijke richting (Vischmarkt, Keizerstraat) kwam het Agnietenklooster binnen de muren te liggen.