Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog telde Harderwijk zo’n 7.500 inwoners – een rustig stadje aan de Zuiderzee. Toen in 1914 de oorlog uitbrak, bleef Nederland neutraal, maar duizenden Belgen sloegen na de Duitse inval op de vlucht naar ons land.

In Harderwijk werd een groot opvangkamp gebouwd op de plek van het huidige Bouw- en Infra Park. Wat begon als een tentenkamp groeide al snel uit tot een complete kampstad met barakken, winkels, kerken en zelfs sportzalen. Vrouwen en kinderen verbleven in nabijgelegen kampen zoals Leopoldsdorp en Heidekamp. Officieren werden vaak bij particulieren ondergebracht, wat de lokale economie een flinke impuls gaf.

In totaal verbleven er rond de 15.000 Belgen in en rond Harderwijk. Voor de Harderwijkers betekende dit drukte en handel in een tijd waarin de internationale economie stillag. Toch bleef het leven in de kampen zwaar: velen leden aan ziektes als tuberculose en de Spaanse griep.

De Belgische militairen die in Harderwijk stierven, werden begraven op begraafplaats Oostergaarde, waar in 1963 het Belgisch Militair Ereveld werd ingericht met 349 namen. Na de wapenstilstand van 1918 keerden de Belgen terug naar hun verwoeste land.

Archeologische vondsten hoek Boulevard

De leden van de werkgroep hebben goed werk verricht. Ze vonden een muurwerk van het Nieuwe Blokhuis , een trap naar een kelder behorende bij dit Blokhuis en heel mooi: ze hebben ook een trap van het bastion naar de dwangburcht aangetroffen. Daarnaast hebben ze 2 waterputten en 1 beerput  uit de 20e eeuw blootgelegd. Er zijn ook aanwijzingen voor oudere tonputten op een dieper niveau, mogelijk behorende bij de dwangburcht uit de 16e eeuw. Aan de zuidzijde van het terrein zijn aanwijzingen voor het begin van de gracht tussen dwangburcht en stad. “De stadsmuur zit er daarnaast ook heel mooi in en de muren van het bastion lijken tegen de stadsmuur aangeplaatst, wat iets zegt over de datering van de stadsmuur aan deze zijde, maar dat moeten we nog nader onderzoeken. Er zijn ook 19e eeuwse klampmuren aanwezig  tegen de stadsmuur. Nog genoeg te ontdekken dus!”, aldus leden van de werkgroep.

Zie voor meer informatie, De Stentor. Klik hier voor een YouTube filmpje.

Vroeger stond het restaurant IJsselmeer (ook wel Kokki’s of Papa Beer genoemd) aan de kop van de Boulevard. Nu staat daar het restaurant Lef&Co, een project van de Harderwijkers John Kok en Harmen Mons. Voordat er gebouwd kon worden, werd er in de bodem nog gespeurd naar overblijfselen uit lang vervlogen tijden. Voor de bouw kregen de archeologen van Bureau Raap de tijd om te onderzoeken wat er precies in de bodem te vinden was. Dat resulteerde in de vondst van de dwangburcht. Meer hierover is te lezen op de pagina ‘Gebouwd Erfgoed‘. Maar neem ook even vijf minuutjes om te horen en zien waarom dit alles zo belangrijk is. In onderstaande uitleg wordt commentaar gegeven door de archeologen Dorien te Kiefte en Maarten Wispelwey.

 

Een Harderwijkse stadsbeek verder verkend

Bij het ontwikkelen van de Wijde Wellen zijn resten gevonden van onderaardse gangen die ooit tot de Stadsbeek behoorden. Maarten Wispelwey, onze regioarcheoloog, kroop naar binnen. De Stadsbeek liep via de Hortus naar de Zuiderzee.

Het is natuurlijk al bekend dat er een ondergrondse beek in de binnenstad van Harderwijk lag, maar hoe en wat dat wist men nog niet precies. Door deze werkzaamheden is de ondergrondse beek zichtbaar geworden. Archeoloog Maarten Wispelwey neemt ook hier in de volgende video een kijkje bij deze beek.

Drinkgerei en oesters in de herberg

Een eeuwenoude spieker behoort tot de opmerkelijkste vondsten van het zojuist afgesloten archeologische onderzoek aan de Harderwijkse Academiestraat. Het gebouwtje van twee meter vijftig bij vier meter vijftig, dat rond 1400 is opgetrokken, bestaat uit grote bakstenen en werd gebruikt als opslagbak voor granen. Volgens Kasper van den Berghe van Adviesbureau Raap moet de spieker eigendom geweest zijn van een vermogend persoon. Het graan was bestemd voor een brouwerij. In beerputten zijn veel glazen flessen en allerlei drinkgerei gevonden evenals resten van oesters en eieren. Het vermoeden bestaat dan ook dat aan de Academiestraat een herberg stond. De medewerkers van Raap zijn zes weken aan de slag geweest op het terrein waar nu een bewaakte fietsenstalling gebouwd gaat worden met daarboven drie appartementen.

De materialen die opgegraven zijn gaan terug tot het jaar 1350. In deze tijd vond de eerste stadsuitbreiding van Harderwijk plaats en aangetroffen perceelscheidingen in de vorm van greppels en ook paalkuilen getuigen van deze periode. Een stenen muur dateert uit de veertiende, of vijftiende eeuw. Alle perceelscheidingen zijn haaks op de Donkerstraat gericht en daardoor klopt het verhaal dat de straat op deze locatie vroeger anders liep hoogstwaarschijnlijk niet. Op het terrein zijn verder diverse ovens en stokerijen aangetroffen en de oudste stamt uit de zeventiende eeuw. Bijna alle historische vondsten zijn gedaan op het achterste gedeelte, want aan de straatzijde lagen tot in de negentiende eeuw tuinen. Projectleider Martin Schabbink van Raap heeft het voornemen om een boek te publiceren over de resultaten van de diverse opgravingen in Harderwijk. Eerder vond ook al archeologisch onderzoek plaats aan de Boulevard, Bruggestraat, Couperuslaan en Vijhestraat. “In samenwerking met het Stadsmuseum en de Historische Vereniging Herderewich zou deze uitgave tot stand kunnen komen. Zeker nu aan de Academiestraat hebben we veel belangstelling gehad en het publiek heeft er recht op om inzage te krijgen in onze vondsten en bevindingen.”

De wet op de Archeologische monumentenzorg beschermt ons archeologisch erfgoed in de bodem. Op locaties met een (middel)hoge archeologische verwachtingswaarde, zoals uiteraard de Binnenstad, is archeologisch onderzoek tegenwoordig verplicht. Harderwijk beschikt over archeologische verwachtingskaarten. Hierop is te zien op welke plekken een bouwplan moet worden voorafgegaan door archeologisch onderzoek. Daarbij geldt: diegene die wil verstoren (bouwen) betaalt.

Archeologisch onderzoek is specialistenwerk en kost vaak vele weken en tienduizenden euro’s. Archeologische vondsten moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven, of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. Maar natuurlijk lang niet altijd wordt er iets gevonden. Soms heeft een gebied een lage archeologische verwachtingswaarde en mag er zonder meer verstoring plaatsvinden. Ook bij gebieden met een (middel)hoge archeologische verwachtingswaarde kan het vaak blijven bij een bureauonderzoek en/of een verkennend onderzoek. Als hieruit blijkt dat archeologische vondsten onwaarschijnlijk zijn kan het kansarme terreindeel worden vrijgegeven. Dat geldt ook voor locaties die al eerder verstoord zijn en in het recente verleden al zijn uitgegraven.

Informatie bij de Gemeente Harderwijk afdeling Ruimte en Economie, T: (0341) 411 242.

Vijhestraat geeft lange historie prijs

Na aanvankelijk gemopper verloopt het archeologisch onderzoek aan de Vijhestraat in Harderwijk uiteindelijk toch naar volle tevredenheid. De opgravingen op dit perceel geven een beeld dat teruggaat tot aan de tiende eeuw.

De medewerkers van adviesbureau Raap kregen eerst slechts twee weken de tijd om in hoofdzaak alleen de bovenste laag af te graven. Vanwege het belang van de vondsten is deze periode verdubbeld en is een flink gedeelte van het terrein tot meer dan twee meter diep onderzocht. Dit heeft een scala aan vondsten opgeleverd. Aan de hand van oude kaarten bestond het vermoeden dat deze locatie tot aan de zeventiende eeuw een lege plek vormde. Nu is aan het licht gekomen dat akkerbouw, bewoning én bedrijvigheid elkaar al vanaf de tiende eeuw afwisselden. Uit deze vroege tijd dateren paalkuilen die onderdeel uitmaakten van bebouwing en scherven van kruikamforen en kannen van het Pingsdorf-aardewerk uit het Duitse Rijnland.

Boven deze onderste bodemlaag is een akkerpakket aangetroffen uit de periode 1200 tot 1225. De archeologen van Raap hebben twee jaar terug een zelfde laag gevonden tijdens onderzoek aan de belendende Bruggestraat. De daar blootgelegde grachten keren ook terug aan de Vijhestraat. Aan de straatzijde functioneerde zo’n dertiende-eeuwse gracht destijds als perceelscheiding tussen een karrenpad en de akker. Voor een gevonden waterput in de vorm van een uitgeholde boomstam geldt dezelfde tijdsdatering.

Uit de veertiende eeuw is een losstaande muur opgegraven die waarschijnlijk binnen een houten structuur stond. Projectleider Martin Schabbink spreekt het vermoeden uit dat het gaat om een brandmuur. “Het kan de basis zijn geweest van een gemetselde schoorsteen en het wijst zeker op het uitoefenen van een ambacht. In Zeeland is zo’n muur aangetroffen waarvan vast staat dat daar zout gewonnen werd door middel van turfverbranding.”

Sinds 30 juni 1966 beschikt Harderwijk officieel over een gemeentevlag. De vlag bestaat uit zes even hoge liggende banen in de kleuren Hanze-geel en Nassau-blauw. De middelste blauwe en gele baan grijpen in de vorm van kantelen in elkaar. De kantelen verzinnebeelden de vestingstad Harderwijk. Voor zes banen is gekozen ter symbolisering van het aantal studierichtingen aan de Hogeschool, die de stad van 1648 tot 1811 bezat.

Het oudste zegel

Harderwijk kreeg op 11 juni 1231 stadsrechten van graaf Otto II van Gelre. Het oudste stadszegel, uit 1263, toont een kogge met een ster en een Gelderse roos. Enkele decennia later verschijnt de leeuw op een schild met blokken – het symbool dat uitgroeit tot het stadswapen van Harderwijk. Door de eeuwen heen veranderde het ontwerp meerdere keren. De leeuw stond soms gespiegeld, het aantal blokken wisselde en ook de kroon en schildhouders kregen verschillende vormen. In de Stedenatlas van Blaeu (1648) wordt het wapen beschreven als een gouden leeuw op een blauw veld met blokken. In 1815 werd het wapen officieel vastgelegd door de Hoge Raad van Adel.

 

Tegenwoordig gebruikt de gemeente een gestileerde, moderne versie van dit historische wapen als logo – een eigentijdse knipoog naar haar middeleeuwse oorsprong.

Hierdense Beek stroomt van het Uddelermeer en Bleeke Meer (Uddel) naar het Veluwemeer  (Hierden) over een lengte van ongeveer 25 km. De beek stroomt in een kleine, goed zichtbare dalvlakte. De beek wordt lokaal anders genoemd, zo spreekt men in Leuvenum over de Leuvenumse Beek en in Staverden van de Staverdense Beek. De Hierdense Beek is een ecologische verbindingszone tussen het open gebied langs de randmeren en de Veluwe. De beek schakelt zo natuurgebieden aan één waardoor dieren een groter leefgebied krijgen.

Ontstaan

Ruim 100.000 jaar geleden werd een dik pak keileem gevormd onder een 100 meter dikke ijstong van gemalen grind, klei en keien. Ongeveer 10.000 jaar geleden was er geen ijstong in Nederland, maar wel lage temperaturen. De bodem had een permafrost onderlaag. De Noordzee was droog als een woestijn. De wind legde een zanddeken op het land, de zogenaamde dekzanden. Toen het warmer werd raakte de Veluwe bebost. Eerst met grove den, toen berk en later ook met eik en beuk. De keileemlaag was niet water doorlatend. Door regeval boven de laag ontstonden de beken. Deze beken werden laaglandbeken genoemd. Op de plek waar vroeger de Zandmolen stond, houdt de keileemlaag op en verdwijnt het water ondergronds naar een dieper gelegen waterdoorvoerende laag. In de buurt van het Veluwemeer, kwelt het water uit de diepere laag weer naar het oppervlak. Vroeger kwam er in de beek snoek en forel voor. Door lozingen werd het water zuurstofarm en stierven veel vissen.

Dieren en planten

De beek is een broedplaats voor insectenlarven en heeft een zeer rijke variatie van bijzondere waterplanten. Er broeden ook diverse (zang)vogels langs de beek. Onder andere de IJsvogel wordt rond de Hierdense Beek gesignaleerd. Verder komen er vele soorten zoogdieren voor en enkele vissen. Vroeger kwam er ook beekforel, snoek en beekprik voor.

Deze dieren worden soms nog wel gesignaleerd. Het bos rondom de beek bestaat vooral uit eik en beuk, verder treft men er onder andere bosanemoon, witte klaverzuring, dalkruid en salomonszegel aan.

Over het ontstaan van Hierden weten we weinig. De eerste keer dat de naam opduikt, is in 1331. In een document van graaf Reinald II van Gelre wordt gesproken over het dorp Heyrde. Meer details laat de geschiedenis ons niet na, maar langzaam krijgt het dorp contouren.

Land, namen en eigendom

In de 15e eeuw verschijnen inwoners van Hierden in officiële aktes. We lezen hoe grondeigenaren toestemming geven voor het graven van sloten in de Oostermeden, richting de zee. Tegelijkertijd worden kampen en erven genoemd met namen die nog altijd herkenbaar klinken: Boemackers, Crommenmede, Hagenskamp en Grevenhoeve. Sommige van deze gronden waren zelfs in bezit van de graaf van Gelre.

Het landschap werd intensief gebruikt. Weilanden zoals de Ossenweide en de Crommenmede dienden als hooiland. Op de akkers in de Hierderenbroeck groeide haver, terwijl op de hogere gronden van de Hierderenk rogge werd verbouwd. Het dagelijks leven draaide om landbouw en veeteelt.

In de 16e eeuw waren ook de ‘Duynen’ bewoond, met boerderijen, schuren en schaapskooien. De heidevelden waren van levensbelang: hier graasden schapen en koeien, en men haalde er heide en struiken voor strooisel. Dat leidde regelmatig tot conflicten met buurdorp Leuvenum. De strijd om het gebruik van de velden bleef tot rond 1700 terugkeren.

Bedreigd door stuivend zand

Het landschap kende ook gevaren. Zandverstuivingen bedreigden akkers en erven. Om het zand te beteugelen werden maatregelen genomen: het steken van plaggen werd beperkt, zandweringen aangelegd en bomen geplant. Vanaf 1650 hield een zandgraaf toezicht. De kosten kwamen voor rekening van de grondeigenaren, of zij dat nu wilden of niet.

Kerk en gemeenschap

In 1658 kreeg Hierden een schoolkerkje aan de Wouterskampen, betaald door de Harderwijkse burgemeester Van Ingen. De eerste catechist, Anthoni Caroli, werd deels in rogge betaald. In oude kerkboeken duiken namen op van bewoners en hun woonplekken, waardoor het dorp langzaam tot leven komt.

In 1741 kreeg Hierden een eigen predikant en werd het schoollokaal omgebouwd tot kerk. Mogelijk bestond het dorp toen uit drie brinken, al weten we niet precies waar deze lagen.

In 1851 werd een nieuwe kerk gebouwd: eenvoudig van vorm, maar passend bij het dorp. In 1903 kreeg de kerk een orgel, geschonken door gulle gevers. In 1937 werd het gebouw uitgebreid tot een kruiskerk, waarmee het kerkelijk hart van Hierden zijn huidige vorm kreeg.