Nieuws Agenda Over ons Bibliotheek Over Harderwijk Over Hierden Wereldoorlogen Onze Partners
Home Contact

• HANZESTAD HARDERWIJK

De Hanze en Harderwijk

Piraten in de Hanzetijd


• DE HANZE EN HARDERWIJK

Van Graaf Otto II kreeg Harderwijk in 1231 haar stadsrechten. Een van die rechten was dat Harderwijk een week- en jaarmarkt mocht houden. De weekmarkt was alleen voor plaatselijk belang, op zijn hoogst regionaal. Op deze markt boden boeren uit de stad of naaste omgeving hun producten te ruil of te koop aan.

De jaarmarkt was belangrijker. Deze was van interregionaal, zelfs van internationaal belang. Een heel circuit van kooplieden, handelaren, schippers, kunstenmakers en kwakzalvers trokken naar de stad. Waarschijnlijk leerden de Harderwijkers hier de handelaren en kooplieden uit andere landen kennen.

Waarschijnlijk was Harderwijk reeds in 1280 lid van de Duitse Hanze, waarvan Lübeck het centrum was. De Hanze was eerst een samenwerkingsverband van kooplieden, die in dezelfde producten handelden in verschillende steden. Door deze samenwerking probeerden ze hun handel te beschermen en uit te bouwen. Vanaf 1356 was het een verbond van steden met dezelfde doelstelling. Het hoofddoel was een handelsmonopolie te verkrijgen in het Oostzeegebied. Door gezamenlijk te reizen en te handelen kon men de gemeenschappelijke belangen beter verdedigen. Tevens was het samen reizen veiliger. Dat bescherming in roerige tijden noodzakelijk was bleek uit de ervaringen van de Harderwijker schippers. In 1300 werd een schadevergoeding geregeld met de stad Lübeck. Harderwijker schippers waren door manschappen van Lübeck bij het eiland Rügen van hun lading hout beroofd.

In 1387 kaapten Noorse zeerovers het schip van de Harderwijker Tidemans. Hij had geluk. Hij bracht het er levend vanaf.

Pas in 1400 maakte de Hanze op een niet zachtzinnige manier een einde aan deze piraterij. Een vloot van negen koggeschepen werd uitgerust. Kampen, Deventer, Zutphen, Harderwijk en Elburg rustten gezamenlijk een kogge uit. De Hamburger kogge nam 200 zeerovers gevangen, waarvan er 80 zonder meer overboord werden gesmeten. De handelsweg naar de Oostzee ging in eerste instantie via de Zuiderzee, Waddenzee naar de westkust van Sleeswijk-Holstein. Vervolgens werden de goederen per kar naar de oostkust gebracht. Daar werd de reis voortgezet. De schepen waren te klein en te smal om de reis om Denemarken te kunnen maken. De beruchte lagerwalkust van de Jammerbocht maakte dit onmogelijk. Door toename van de handel, vooral in het Oostzeegebied was er duidelijk behoefte aan een nieuw vrachtschip. Begin 13e eeuw ontstond de Kogge. Dit schip van circa dertig meter lang en zeven meter breed kende een laadververmogen van maar liefst 200 ton en stak beladen drie meter diep. Het werd overnaads gebouwd, dat wil zeggen dat de planken van de scheepshuid als dakpannen over elkaar heen lagen.

De Kogge had één mast met een vierkant zeil. Soms was het schip voorzien van een soort torentje: het kasteel. Met de Kogge werd het mogelijk langs de beruchte lagerwalkust van de 'Jammerbocht' via het Skagerak en de Sont rechtstreeks de Oostzee in te varen. Van Floer Tymans, in 1541 waard in De Moriaen in de Bruggestraat, wordt vermeld dat hij in der tijd als schipper op een “Gelderse Caegt” (Kogge) “oostwaets op Ryge “ (Riga) en “westwaerst op Bruczee” (Brugge aan Zee) voer. De reders van het schip waren o.a. de Harderwijkers Herman van Oldenbarneveld en Maas van Vaneveld. De koopman Jan Gerritsen even.

Vanuit onze gewesten werden zuivelproducten, zoals kaas en boter, slachtvee, laken en linnen en allerlei andere vissoorten naar de Oostzeelanden vervoerd.

De invoer naar de Nederlanden bestond uit haring, wol, graan, hout en pelswerk. Harderwijker laken is o.a. naar Noorwegen geëxporteerd. Bij een opgraving in 1992 in de Noorse plaats Trontheim werden Harderwijker lakenloodjes gevonden.

De Hanze hield regelmatig vergaderingen om hun problemen te bespreken. Harderwijk bezocht trouw deze bijeenkomsten. Op de vergadering te Lübeck in 1358 eiste Thyde Zubon, koopman uit Harderwijk, schadevergoeding van de Vlamingen, die zijn Kogge naar Antwerpen hadden vervoerden en haar 35 weken hadden vastgehouden. Zubon voegde bij zijn eis de kloeke bedreiging, dat als hij geen vergoeding kreeg hij een Antwerpse Kogge zou kapen. Het zou vijf jaar duren voordat de vergoeding uitbetaald werd.

Ook op de vergaderingen werd gesproken over oorlog en vrede.

In 1316 verkreeg Harderwijk van Erik, koning der Denen een vitte op de markt van Skanör. Een vitte is een soort factorij, waar de Harderwijker kooplieden konden handeldrijven en overwinteren. Harderwijk was daar niet de enige plaats die een vitte had.


Kampen, Stavoren en Zierikzee hadden hier ook een plaats op de markt van Skanor. Aan deze glorie tijd kwam een einde in laatste helft van de 15e eeuw. Harderwijk kreeg te lijden van de concurrentie van de Zuiderzeesteden aan de westwal.

De successie-oorlogen van de hertogen van Gelre werkten nadelig en ten slotte de stadsbrand van 1503 gaf de genade slag.


• PIRATEN IN DE HANZETIJD

Klaus StörtebekerZij maakten menig schipper het leven zuur en de bekendste zeerover uit de Hanzetijd was Klaus Störtebeker. Waar en wanneer Klaas Niklaus Störtebeker werd geboren is onbekend.

Men vermoedt in 1360. Een van de verhalen daarover is, dat hij een weesjongen uit Friesland zou zijn. De eerste keer dat Klaas Störtebeker wordt genoemd is in een protocol van rechtszaken uit de stad Wismar uit 1380. Hij werd toen door twee mannen mishandeld. Die beide mannen werden uitgewezen.


De volgende vermelding is in 1394 wanneer de Engelse koning Hendrik IV zich beklaagt over de zeeroverij van een zekere Stortebeker. Hij en zijn metgezellen noemden zich de Likedelers wat vrij vertaald betekent: gelijkdelers. Ieder bemanningslid kreeg na een verovering, een gelijke buit of prijs toebedeelt.


Störtebeker werkte voor Zweden en zorgde voor specerijen en textiel. In de Oostzee veroverde hij Deense schepen en hun goederen. Hij zou zijn basis gehad hebben op Gotland maar ook op Bornholm. In 1389 wisten de Denen bijna heel Zweden te veroveren, alleen Stockholm hield nog stand. De stad werd belegerd, maar dankzij Störtebeker kregen de inwoners voorraden en konden stand houden. Dankzij die voorraden, "victualiën" kregen ze de bijnaam De Vitalie broeders. Toen er vrede was gesloten wilden de Hanzesteden de piraten kwijt en weken ze uit naar de Noordzee.


De nieuwe thuishaven van Störtebeker werd toen Mariënhave in Oost-Friesland dat in het ambtsgebied lag van zijn vriend Widzel Tom Brok. De strijd tussen Friesland en Holland was in 1396 opgelaaid en Störtebeker vocht mee tegen de Hollanders.


OGB DesignBegin 1400 besloot de Hanze samen met de Hollandse steden om de Likedelers aan te pakken.. Een vloot van negen Koggeschepen werd uitgerust. Kampen, Deventer, Zutphen, Harderwijk en Elburg rustten gezamenlijk een kogge uit. Bij een zeeslag op de Wester-Eems werd de piraten een zware klap toegebracht De Hamburger kogge nam 200 zeerovers gevangen, waarvan er 80 zonder meer overboord werden gesmeten.. Störtebeker vluchtte met 114 van zijn mannen naar de Hollandse graaf Albert van Beieren, die een andere agenda had dan de andere Hollandse Heren. De Friese hoofdafdelingen, die Störtebeker tot dusver hadden beschermd, besloten na de nederlaag op de Eems, hem geen onderdak meer te bieden. Maar hij had hen niet meer nodig. Störtebeker zat veilig in Holland en ging weer schepen overvallen.


OGB DesignNogmaals werd door de Hanze een vloot bijeengebracht en in 1401 kwam het tot een zeegevecht bij Helgoland. Het was fataal voor de Likedelers, 40 sneuvelden en 73 gevangen genomen. De kapitein Simon von Utrecht van de Hamburgse Kogge “die bunte Kuh” wist Störtebekers schip te overmeesteren.


In Hamburg is Störtebeker op 20 oktober 1401 staande onthoofd. Volgens de overlevering had hij verzocht dat de medeveroordeelden die hij, na onthoofd te zijn nog kon voorbijlopen, vrij zouden komen. Hij liep 11 van zijn mannen voorbij tot er een blok voor zijn benen werd gegooid. De rechters hielden hun afspraak niet, ook die 11 werden onthoofd.