Nieuws Agenda Over Ons Bibliotheek Over Harderwijk Over Hierden Wereldoorlogen Onze partners
Home Contact

• VESTINGSTAD HARDERWIJK

De Vestingwerken van Harderwijk

De Vischpoort

De Smeepoort

De Luttekepoort


• DE VESTINGWERKEN VAN HARDERWIJK

Op 11 juni 1231 verleende Graaf Otto van Gelre II stads- en marktrechten aan ‘Herderewich’. Dat betekent o.a. dat Herderewich muren om haar nederzetting mocht bouwen. Het realiseren van een dergelijk bouwwerk was een langdurig en arbeidsintensief proces. Wanneer de stadsmuren en poorten gebouwd gereed waren, is niet precies bekend. Uit documenten blijkt dat er voor 1294 delen van muren zijn neergezet.


Vermoedelijk waren de eerste verdedigingsmuren aarden wallen, die hier en daar met hout en paalwerk werden verstevigd. In de volgende eeuwen werden de aarden wallen geleidelijk vervangen door een muur van 2½ meter hoogte met poorten en torens.

Aan de zeezijde kwamen twee bruggepoorten, de Hoge Bruggepoort en de Lage Bruggepoort met het Oude Blokhuis als extra verdedigingswerk. Dit blokhuis dateert uit 1310. (Er is iets van terug te vinden op de hoek van de Boulevard, bij de Dolfinariumbrug). De bruggenpoorten waren, zoals de naam al suggereert, voorzien van een lange brug in zee, waaraan platbodems en roeiboten konden afmeren.

Ze fungeerden als aanlegsteiger voor schepen en via deze bruggen werd scheepslading aan en afgevoerd.De Hoge Bruggepoort lag ter hoogte van de Bruggestraat, de Lage Bruggepoort is de huidige Vischpoort.


De landzijde van de muur werd in de 15de eeuw gebouwd en ook hierin kwamen poorten die toegang tot de stad verschaften.

De Smeepoort, de Grote Poort en de Luttekepoort zijn poorten die nog voortleven in de huidige straatnamen.


Op zijn hoogst was de muur vijf meter hoog en anderhalve meter dik. Hij had op diverse plaatsen trapgevelachtige kantelen, om pijlen en speren af te kunnen vuren op ongenode gasten. De muur bood bescherming tegen rondzwervende troepen rovers en vagebonden en voorkwamen anderzijds dat bewoners van Harderwijk de stad ongezien konden verlaten. Daarvoor moesten ze via de stadspoorten die meestal door een poortwachter werd bewaakt. De poorten en vestingwerken konden echter in 1672 niet voorkomen dat Harderwijk werd bezet door troepen uit Munster en Frankrijk.

Toen de Franse troepen zich in 1673 terugtrokken werden de vestingwerken, waaronder de Luttekepoort en de Smeepoort opgeblazen.


In het jaar 2009 is de circa tweehonderd meter muur tussen het Nieuwe Blokhuis en hotel Monopole hersteld. Steen na steen, voeg na voeg is toen aan een inspectie onderworpen. Het ging om duizenden stenen. En elke beschadigde steen werd vervangen door een exemplaar met dezelfde leeftijd. Ook qua kleur moesten ze passen in de Harderwijker muur. Het zijn eeuwenoude exemplaren, afkomstig van kerken, kloosters en andere monumentale gebouwen, die hergebruikt kunnen worden. En ze zijn gaaf.

Zo zullen generaties na ons ook nog in verwondering omzien naar deze stadsmuur."

• DE VISCHPOORT

De Vischpoort is de enige nog overgebleven poort. De Hoge-Bruggepoort, de enige andere zeepoort, ooit gelegen ter hoogte van Monopole, is afgebroken.


Bij de zeepoorten lag een lange pier in zee, waaraan platbodems en kleine schepen aanmeerden om vracht te lossen. De grotere zeilschepen gingen een eind uit de kust voor anker omdat het te ondiep was om bij de stad te komen. Met roeibootjes en platbodems werden de grotere schepen gelost en geladen.


Harderwijk heeft steeds gezocht naar mogelijkheden om een echte haven aan te leggen. In 1595 heeft het stadsbestuur een commissie benoemd om de havenplannen van burgemeester Hendrik van Essen uit te voeren. Om onduidelijke redenen lukte dat pas halverwege de zeventiende eeuw. Harderwijk kreeg toen flinke subsidies van diverse instanties om de haven aan te leggen.

De vreugde was echter van korte duur. Op 22 oktober 1669 woedde er een zware noordwester storm die weinig overliet van de haven. In 1899 is er tenslotte een Nieuwe Haven geopend. Harderwijk is daardoor nooit tot grote handelsstad is uitgegroeid.

De stad mist daardoor de grandeur van steden als Hoorn, Enkhuizen en Amsterdam.


Het onderste gedeelte van de Vischpoort dateert uit de 14de eeuw, het bovenste gedeelte uit de 15de eeuw. In de boog zijn nog de sleuven te ontdekken waarin vroeger vloedplanken werden geplaatst om stormvloeden te keren. De ruimte boven de Vischpoort is ingericht als wachtlokaal voor wachters of soldaten. In 1851 werd een torentje met een rood gaslicht op de Vischpoort geplaatst, waarmee de Vischpoort vuurtoren en een baken voor de vissers werd. Het gaslicht was afkomstig van een oude baak uit Scheveningen. De minister schreef exact voor hoe de lamp er uit moest zien. De lens moest een zgn. Fresnel lens zijn. Eenvoudig gezegd bestaat een fresnel-lens uit ringen van op elkaar gezette prisma’s met als middelste ring een gewone lens.

Hierdoor wordt het licht van de lamp in plaats van verticaal en rondom verspreid zoals bij een gewone lamp tot een horizontale gebundelde straal gevormd. Het resultaat is dat de totale lichtsterkte wordt gebruikt.


Het Rijk droeg de kosten, maar het salaris van de lichtwachter moest door de gemeente Harderwijk worden betaald.

In 1923 ontstaat er een discussie tussen het rijk en de gemeente en de raadsleden onderling over het voortbestaan van het vuurtorenlicht, o.a. vanwege de moeilijke financiële situatie in het land. Uiteindelijk droeg het Rijk het eigendom en beheer over aan de gemeente. In 1930 is het gasgloeilicht op de Vischpoort vervangen door een wit elektrisch draailicht, dat met 22 toeren per minuut ronddraaide. Van 1940 tot 1945 werd door de bezetter de totale verduistering ingevoerd. Gedurende die jaren heeft het licht niet gebrand. Na de oorlog werd het licht overbodig geacht. Tot de restauratie, eind jaren ’60 in de vorige eeuw, is de Vischpoort bewoond gebleven. I


In 2006 is de motor van het licht hersteld en kon het licht op 8 april 2006 weer ontstoken worden. Waar eens een rood, vast licht heeft geschenen, straalt nu ’s avonds een witte lichtbundel over de boulevard. De verandering van lichtkarakter van rood naar wit heeft overigens al in het verleden plaatsgevonden. Het is niet bekend wanneer dat is gebeurd.






Links en rechts van de poort (aan de markt) zijn in de loop van de eeuwen muurhuisjes ontstaan. Aanvankelijk zochten zwervers en landlopers een slaapplek in de spaarbogen. Later zijn die uitgebouwd tot hut/ huisje. Armen en weduwen met kinderen kregen een huisje toebedeeld.

In het eerste huisje aan de linkerzijde bevindt zich nu de toegang tot de Vischpoort, omdat in de jaren ’70 van de vorige eeuw de toegang via de trap gesloopt is. Tijdens die grondige “restauratie” zijn ook de muurhuisjes aan de rechterzijde afgebroken en kwam de weergang weer tevoorschijn, die ook toegang verleent tot de poort.

DE SMEEPOORT

De Smeepoort is een van de drie stadspoorten (aan de landzijde) en lag (en ligt nog) aan de zuidelijke ingang van de stad.

Het was vroeger een indrukwekkend bouwwerk dat heeft bestaan uit een binnenpoort en een buitenpoort met ophaalbrug.

De buitenpoort beschikte over twee ronde torens met koepeldaken en over een schilddak.


In 1672 (het rampjaar) werd Harderwijk bezet door troepen uit Munster en door Franse cavalerie en toen die de stad in 1673 verlieten gaven ze opdracht om de poorten en stadsmuren op te blazen en te vernietigen. Dat was het einde van o.a. de Smeepoort.


De Smeepoort gaf toegang tot de belangrijke Smeepoortstraat en de Smeepoortenbrink. De restanten bleven nog jarenlang liggen en in 1828 werd de toegang te smal voor de steeds groter wordende rijtuigen en koetsen en werd de buitenpoort afgebroken.

Men bouwde er wachthuisjes van voor stadswachten die de wacht hielden.


OGB DesignDe resten van de Smeepoort zijn nu fraai gerestaureerd en maken deel uit van de gerestaureerde stadsmuur en vestingwerken van Harderwijk. Ook het wachtlokaal aan de bovenzijde van de poort is weer te betreden. In vroeger tijden was deze ruimte voor de wachters die de poort bedienden.

Ze controleerden binnenkomend en uitgaand verkeer. In het voetgangerspoortje zijn jaartallen gemetseld met de jaartallen 1570, 1825 en 1916. De stenen met deze jaartallen geven de hoogte van het water aan tijdens de stormvloed in dat jaar. Door stormvloed steeg het water van de Zuiderzee tot grote hoogte waardoor het water de stad inliep. Telkens richtte zo’n stormvloed grote schade en veel vernielingen aan.


De stormvloed van 1916 leidde uiteindelijk tot de Zuiderzeewet waarmee de wettelijke basis werd gelegd voor de drooglegging en inpoldering van de Zuiderzee. Ing. C. Lely begon met de uitvoering van dit plan en realiseerde het grotendeels.

Bij de restauratie van de Smeepoort zijn stenen gebruik van de voormalige Gereformeerde kerk die op de plaats van het restaurant De Bank heeft gestaan.

• DE LUTTEKEPOORT

In de oudste tijden was de naam van de Luttekepoort St. Nicolaaspoort, omdat de weg naar de St. Nicolaaskerk er langs liep.

De kerk lag buiten de stadspoort (ongeveer op de plaats van Albert Heijn). Deze kerk ging in 1415 door brand verloren.

De naam van de poort veranderde toen in Luttekepoort, mogelijk genoemd naar het bos wat daar in de buurt lag, het Luttick Loo.


In 1673 sneuvelde ook de Luttekepoort. Tegen de resten van de poort werd in de 19de eeuw een muurhuis geplaatst. De achter- en zijkant daarvan bestaat nog uit een gedeelte van deze oude poort. Tijdens de bouwwerkzaamheden van de parkeergarage (2009) zijn grote delen van de voormalige Luttekepoort tevoorschijn gekomen. Archeologen kregen maar weinig tijd om hun vondsten in kaart te brengen en werden bovendien gehinderd door de enorme omvang van de resten. Een gedeelte van deze oude muren heeft een plek gekregen in de nieuwe parkeergarage. De andere delen zijn opnieuw onder het nieuwe wegdek verdwenen.



De bouw van de Luttekepoort heeft waarschijnlijk aan het eind van de 16de eeuw plaatsgevonden naar tekeningen van Ingenieur Adriaan Anthonisz die ook voor veel andere steden de vestingwerken heeft ontworpen. Harderwijk verkreeg subsidie van de Staten-Generaal en de Staten van Holland.


In 1673 werd de poort verwoest door de Fransen. De restanten bestonden uit twee pijlers die de toegang naar de stad markeerden, maar ook deze zijn verdwenen. Op oude kaarten van de Luttekepoort zijn ze nog vaak afgebeeld. Hoewel de poort er al heel lang niet meer is, is de aanpalende straat, de Luttekepoortstraat, een van de oudste straten van Harderwijk, er nog wel.

Er worden plannen gesmeed om iets van de toegangspoort naar de stad te herstellen.