Nieuws Agenda Over ons Bibliotheek Over Harderwijk Over Hierden Wereldoorlogen Onze Partners
Home Contact

• HARDERWIJKSE GEBOUWEN

Sanatorium Sonnevanck


SANATORIUM SONNEVANCK

In 1904 kwam in Utrecht een aantal gewichtige mannen bijeen die als achtergrond de Protestant Christelijke identiteit hadden.

Het waren, in woord en daad, volgelingen van Abraham Kuyper. De reden van de bijeenkomst was de nood onder geloofsgenoten die leden aan de ziekte tuberculose. Tegen deze ziekte was geen kruid gewassen en er vielen in die tijd jaarlijks duizenden, veelal jonge, slachtoffers. Tuberculose was een besmettelijke ziekte, veroorzaakt door een bacterie die vooral longschade aanrichtte.


De mannen besloten tot de oprichting van de Vereniging voor Christelijk Hulpbetoon aan Tuberculoselijders en al heel snel werden via de Gereformeerde Kerken en de daaraan gerelateerde verenigingen duizenden begunstigers en leden geworven.

Het ging zo snel dat al in 1905 grond voor een sanatorium in de bossen bij Harderwijk kon worden aangekocht.

Men koos voor Harderwijk omdat de lucht er zo fris en gezond was. Omdat het licht er zo mooi tussen de bomen scheen noemde met het Sonnevanck. Er werd snel begonnen met de bouw van het sanatorium en in 1905 werd het eerste paviljoen, met twee vleugels van 18 bedden elk (18 voor vrouwen en 18 voor mannen) geopend en al snel was dit paviljoen vol.


OGB DesignEen echte, afdoende therapie was er in die tijd niet, maar rust, regelmaat en goede voeding deed patiënten goed, waardoor er in elk geval (vaak tijdelijk) verbetering in hun toestand optrad. De patiënten kregen bedrust, en er werd streng toegezien op hun voeding.

Als snel kwamen er zoveel aanmeldingen dat er met de bouw van een 2e paviljoen werd gestart en in 1910 werd het markante hoofdgebouw geopend. Veel mensen hadden geen geld om de kosten van verblijf en verpleging te kunnen betalen en daarom werd door de vereniging ook het Suppletiefonds opgericht. Dit fonds zamelde geld in om bij te dragen in die kosten en kan in die zin worden gezien als een voorloper van het modernere ziekenfonds.


Sonnevanck groeide gestaag. Gedurende 1914–1918 huurde de overheid plaatsen voor zieke militairen en voor Belgen die in de nabijgelegen opvangkampen gehuisvest waren. Veel van hen overleden tijdens het verblijf in het sanatorium, maar een aantal knapte toch goed op en konden na een kuur van een aantal jaren hun leven weer oppakken. In 1921 werd een eigen begraafplaats in het nabijgelegen bos ingericht. Dr. Bergsma werd in 1936 directeur en was één van de markante persoonlijkheden die aan Sonnevanck verbonden was. Hij bleef directeur tot 1964. ‘Immer is hier het geluid van de cementmolen te horen’, schreef hij in een jaarverslag en zo is het bij Sonnevanck altijd gebleven. Sonnevanck had in de jaren zestig zelfs een eigen school en ontwikkelde samen met de vakbond CNV de reactiveringafdeling ‘Nieuwe Wegen’. Er werd enorm veel aan fondsenwerving gedaan.


Na 1950 kwamen door de ontwikkeling van antibiotica eindelijk ‘genezende’ medicijnen tegen tuberculose en vanaf de jaren zestig werd ook chirurgie toegepast. Toch was de ziekte tuberculose toen nog lang niet uitgewoed, dat gebeurde pas in de jaren zeventig. In 1973 ging in Sonnevanck de laatste tuberculosepatiënt met ontslag. Sonnevanck was in die tijd al gestart als AWBZ inrichting (verpleeghuis) voor langdurig zieken en was in het hoofdgebouw met het Boerhave Ziekenhuis begonnen. Tegenwoordig maakt Sonnevanck deel uit van de Zorggroep Noordwest Veluwe. Nog steeds is er op het terrein het geluid van de cementmolen te horen.